VAN JAPAN I. Boek VÏL Hocfdst.
ind ®v^
knappen v
“ % ',öisp c .
^Ijiïb
‘fegtéiiisii
ïJt ongj.B i '-c ktEiua.fimeveécfr^nnneerdt
® è Sclm>, andere naar
M JiKrjc^Aoprcysip11 e waarichyn.onEwervcB,Mumgdlatnin dit afgele-enpegtzm.ad etmudii-
ouwen heb*cinceiKwjïc
aklud
;yongtvoe*
KsUaiwic
■ geïoiglyt
Chineesche,
■ gi teita'
J-Tand®!«chak «f
i eeiyk d:Grieken, zyi nocb o rff 'idoor^ 1jiirgp N& f
VIL HOOFDSTUK.
Van den Oorjpronk der Japoneesen, volgens hun eige sahe lacht
irevoelen.
*£
De Japo-
neesen ley-den haarenafkomst afvan haareGodheden.
Van welke'er twee-derley Op-volging.
D E Japoneescn verbeelden zich tenuyttersten gehoont te zyn door denyver van sommige, die zich zelfpynigen om den oorsprong van haareNatie asteleyden van de Chineesen, ofandere hunne nabuuren. Zy wendenvoor dat zy opgekomen zyn binnen denKreyts van hun eige Ryk, hoewel nietuyt de aarde, gelyk muyfcn en wormen,zo als dit den trotfen Athenienscrs om dieZelve reden schamperlyk verweten wierddoor den Cynischen Diogenes. Neen zymatigen zich aan een veel hooger en fi-deler geboorte , en achten zich zelvenniet minder dan afstammelingen van haa-re Godheden , welke zy anderzins nietvoor eeuwig houden, maar voor onder-stellen, dat in de eerste beweging vanden ruuwen klortip , uyt welken alledingen gemaakt zyn, hunne Goden ookdus voortgekomen zyn door destëlfs on-zichtbare macht. Zy hebben twee ver-soheideGestachtrekeningen van haareGod-heden. De eerste is eene opvolging vanHemelsche Geesten, van wezens, vol-strektelyk vry van alleriey soort vanvermenging met lichaamelyke zelfstan-digheden welke dejapanfche waereld re-
geerden geduiircnde een onnoemelyke er?,onbegrypelyke reeks van eeuwen. Detweede is een stam van aerdlcheGeesten,of God-menfchen, die niet begiftigt wa-ren met dat zuyvere wezen , alleenlykeigencnbvzonder, aan hunne voorzaaten.Deze regeerden het Japansche Ryk dooreen recht afdaalende opvolging , ydereen groot, doch bepaald getal van jaa-ren, tot dat zy eindelyk genereerden datderde geslacht van menschen, waar doorJapan ml bewoont word , en daar inniets meer overig gebleven is van dezuyverheid en volmaaktheden van hun-ne Góddclyke voorvaderen. Het zalniet qualyk paslèn als een verder bewysvan ’t geen ik zegge en voord raage, hiertuffehen in te voegen de naamen van de-ze twee opvolgingen van Godheden, ge-nomen uyt hunne eige schriften. Denaamen der eersten zyn zuyver ieeh-fpreuldg, en het eenige dat daar van ge-meld word in hunne Historische boe-ken ;want daar word niets verhaalt nochvan hgare wetten, leven en daaden, nochvan haare Regeeringen. Zy volgden el-kander op in deze orders.
Ten d Sin Sitft Dai , dat is de Opvolging van de zeven groote Geestelyke Goden.
1. Kunt toko Dat fy no Mikotto.
2 . Kunt Satfii Tsy no Mikotto.
Tojo Kuit Nan nó Mikotto.
Deze drie Goden hadden geerie Vrou-wen , maar de vier volgende van denzelven stam waren getrouwt, en gene-reerden elk zynen Opvolger by zyrie
Vrouwe, hoewel op een wyze,’t bervkvan ’t menschel yk verstand ver te bovengaande. Deze waren;
4- otjy Nino Mikotto , ende zyn Wyf Susitfi Nino Mikotto.
5- Oo l ono Tfino Mikotto , - - Oo Torna fe no Mikotto ,
6. Oo tno Tarno Mikotto , - Oo ß IT'ote no Mikotto,
7- Ifittagi tio Mikotto) - - Isanami no Mikotto ,
Deze Zeven Goden worden door henvertoont als wezens, zuyver Geestelyken de Historiën van hunne Levens enRegeeringen als Droomen. De daadely-ke bestendigheid van zulken tyd, wan-neer zodanige Geestelyke wezens de Ja-panfche waereld beheerschten,is ’t geen
zy heyliglyk geloven ; schoon zy ietzelver tyd bekennen , dat het hun ver-stand ver te boven gaat óm te begrypenhoe het geschiede, en dat het ten eene-maal buyten hun macht is om te bepaa-len, hoe lang haare Regeering heeft ge-duurt.
I i De
De eersteopvolgingvan haareGodheden,