VIII
9
bosch te toonen ; het aanwijzen der met rijke vruchtenbeladen boomen daarin moet ik aan eenen anderen over-laten. Toch koester ik de hoop van iets bijgedragen é
te hebben om den weg in dit bosch gemakkelijker tedoen vinden. De toekomstige levensbeschrijver van Huy-gens zal in de bij deze schets gevoegde Aanteekeningenwelligt eenige aanwijzingen ontmoeten, die hem bijzijnen arbeid van nut kunnen zijn.
Mogt dit het geval zijn, mogt weldra een beter be-voegde de te lang uitgestelde schuld aan onzen grootenlandgenoot afdoen , dan zoude het doel, waarmede dezeschets door mij wordt uitgegeven , bereikt zijn.
Utrecht, 5 Januarij 1868.
P. HARTING.