Aatleur tegens fijne L »fieraars. 551
dicijns, en de meeste menschen begaan met dit stukniet te considereren, soo als ’t behoort. Onder-tustchen lbo sy 'een y gel ijk versekert, dat ik in mijnDiscours niet getragt heb de Predestinatie te bestrij-den, en se sottelijk te ontkennen gelijk Arminia-nen, Mennisten, en diergelijke Menschen soo re-deloos als in de ware Relige ongefondeert, doen,maar alleen de Menschen te doen reflexie makenop haar schuldige plicht, welke is wel te leven,geenoorsaak te geven aan stekte en doot, en alles, watmogelijk is, te doen, om lang en gestand televen:latense sig soo gedragen, gelijk als dat betaamt in-sonderheyt die geene, die roemen Christenen tesijn , en mogelijk lal d’ervarentheyt wel doen sten,wat het decreet is, by God over haar leven en dood.Maar wat staateer te oordeel en van de gulstgaarts,dronkaarts en alle andere, die met soo te leven al-les doen, wat men doen kan , om God te vertoor-nen , en sijn leven te verkorten ? dat men seyt, datdronkaarts dikwils langer leeven, als sobere Men-schen , is valsch: want die geene welke soo soberschijnen, sijn ’t dikwils veel minder als de dron-kaarts: behalven datse meesten tijd sober sijn of in'toog van de menschen, in ’t heymelijk haar de-bauches doende, of alleen om haare aangeboorneswakheyt, die geen debauches kan verdragen : numen moet sig niet verwonderen, dat die swakkepersoonen niet en berey ken haar lengte van dagen,als daar toe niets kragts genoeg hebbende.
Sommige feggen my ook dat onse Vrouwelijkescxe 't qualijk genoomen heeft, dat ik soo veel totharen laste gesegt heb in mijn TractaatMaar ikweet niet wat reden daar toe sy: ik heb niets gesegtom haar te blameren, te veragten , te bespotten, ikheb niet gedaan als die Boekverkooper in sijn thienX z Ver-