Band 
Eerste Deel.
Seite
86
JPEG-Download
 

8<5

VI. HOOFDSTUK.

Van de Krachten der vrybewooge Lighaamen.

§. i6l. TTuidendaags twisten de Wysgeeren niet weinig onder malkanderen,

L I hoe men de Krachten der vrybewooge Lighaamen moet rekenen?Mcricnnus Ichynt onder de eersten geweest te zyn, welke door cene proeve ditstuk heeft trachten aftedoen , wanneer hy een zwaar lighaam liet vallen vanverschelde hoogten op het einde van den eeren arm eener balans, aan welkerander einde een schaal rr.ct gewicht was, het welk door het bydoen van an-dere gewichten op vcricheide reizen , tot zo lang toe vermeerderd wierdt ,totdat het vallende lighaam op de andere zyde niet meer in staat was de schaalmet het gewicht door zynen val opteligtcn ? dus scheen hy juist te kunnenwcegen den slag van een hamer , doende het zelve als de botsing van het2waarvallende lighaam op de balans : Dit was waarlyk al een aardige proef,doch men heeft ze niet naauwkeurig genomen , noch op alles achtgeslagen ,anders hadt men zo lang niet gcbleeven , of mogelyk noit gekooraen, toedie rekening der Krachten , welke men van dien tyd af aan gehad heeft : Indezelve meening van Merscnnus zyn aanstonds gekomen Gaslendus , Riccio-lus, De Lanis, en meest alle de laatere W ysgccren , welke gesteld hebben,dat de Krachten van vrybewooge Lighaamen waren in eene vermenigvuldig-de reden van de Snelheid , waarmede zy bewoogen werden , en van hunnezwaarte; zodat als het lighaam A was van 10 pond, B van z pond , en Avoortliep met eene snelheid van 6 graaden, B met eene snelheid van z graa-den , dan de Kracht van A zou zyn >oX6 , dat is gelyk aan 60 , maar dcKracht van B gelyk aan zX z , dat is 4. zo dat de Kracht van A vyfrien-maal grootcr zou zyn dan van B. Men heeft deeze rekening met zo veel ten»eer vertrouwen aangenomen, omdat men zag dat in de Werktuigkunde dekrachten van alle werkende lighaamen en iViagten aan eenige Machines ofwerktuigen eveneens moesten gerekend worden. Ricciolus heeft dit gevoelenomhelst, maar zonder grond , want uit de proeven , welke hy int werkstelde, en van eenen anderen aart waren , moest hy gantlch andere besluitengemaakt hebben ; een weinig naauwkeurigheid zou deezen grooten Sterreky-ker aanstonds tot de waarheid gebragt hebben : Hy nam eene yzeren pen ,van onderen scherp, welke hy loodregt overeind stak in een vat met boter,hierop liet hy neervallen eenen kloot van notenboomenhout, en wel van ver-schelde hoogten, telkens lettende hoe diep de styl door eiken val des kloot*in de boter wierdt ingeilaagcn ; gelyk uit dit volgende te zien is.

Hoogte