Tab. II.Fig. 2.
118 VAN D Ê ZWAARTE,
haam boven óp den toren , tal zyn tot de zwaarte onder aan den grond ,'als de omgekeerde vierkanten op deeze afstanden gemaakt, namentlyk als$84721379110000 , tot 384779609640000. zo dat het gewigt van een pond
op den grond , zal zyn tot het gewigt op den toren, als 7680 tot 7679—.
§. 213. Een lighaam by het oppervlak der Aarde geplaatst, en uit zynerust vry nedervallende in eene lyn loodregt op den gezigteinder van onze Aar-de , valt in den tyd van ééne secunde 17 voeten, 1 duim 2-^ linien Pa-
ryssche maat. In de tweede secunde valt het 47 voeten 3 duimen , 6 -~-
linien : In de derde secunde valt het 77 voeten , 7 duim , io~g linien.
H. 224. Derhalve valt een zwaar lighaam met eene versnelde beweeginge, ende wegen in gelyke tyden afgelegd , zyn als de ongelyke getallen 1,3, 7,zodat de wegen , van ’t begin des vals af te reekenen, zyn als de vierkan-ten der tyden , want 17 voeten , 1 duim , 2-^- linien in éénen tyd afgeloo-
pen, zyn tot 60 voeten , 4 duimen , 8~- linien , in twee tyden afgcloo-pen, als 1 is tot 4.
§. 217. Wy hebben gfczien , dat de zwaarte was eene Drukkende Magt,'op §. 198. maar wanneer eene Drukkende Magt binnen in een lighaam zat,zo deedt zy het lighaam afloopen wegen , welker lengten waren als de vier-kanten der tyden , gelyk bleek op §. 186, zodat in gelyke tyden afgeloopenwerden wegen , welker lengten waren als de ongelyke getallen 1 , 3 , 7,volgens §. 187. wanneer wy nu eens letten, hoe lighaamen door de zwaartehunnen weg afloopen , bevinden wy hier alles het zelve te zyn , evenof hetlighaam door eene inwendige Magt gedrukt wierdt : want wy hebben ge-zien , dat de wegen van een zwaar lighaam beschreeven op gelyke tyden ,waren als 1 , 3 , 7 , of van het begin af te rekenen, als 1,4,9. dat is,als de vierkanten der tyden : Derhalve wordt een zwaar lighaam bewoogen,evenof de Drukkende Magt der zwaarte , ten opzicht van het lighaam , in rustwas, en dus binnen in het lighaam zelf zat: Wy hebben ook gezien, datzodanige inwendige Magt op gelyke tyden , gelyke trappen van snelheid in’t lighaam verwekte, en dat het dus met eene gelykvormige verhaaste be-weeginge voortliep ; zie § 184. Al dit zelve heeft ook plaats in den val derzwaare lighaamen : Want wanneer een lighaam gevallen is in den tyd AD,en daar in gekreegen heeft de snelte, vertoond door de lyn DE, zal hetblyven in den tyd DM met zyne verkreege snelheid voortgaan , maar dewylde zwaarte altyd eveneens blyft werken , moet zy wederom eene snelheid aanhet lighaam geeven , gelyk aan DE, zodat op het laatste van den tyd DM,'de snelheid moet zyn Mr+rF, dat rs, 'tweemaal grooter dan op het laatstevan den eersten> tyd, waarom altyd de trappen yan snelheden in dit vallendlighaam door den val veroorzaakt zullen zyn als de tyden , waarin het lighaamgevallen heeft. Z. 226.