VAN DE ZWAARTE. iif
ben over deeze proef geschreven , zonder ze verstaan, os zelfs gedaan , ós ge*let te hebben op al het geen 'er in geschiedt : het boomt op deeze plaatsniet te pas zulks aantetoonen, ook is de proef zo veel niet waardig, dewylmen ‘er veel beter heeft om aan het oogmerk te voldoen. De Heeren Hoo-Jce en Desaguliers hebben haar zeer wel begreepen en uitgelegd, welke menkan naleezen , en dan de proeven met zorgvuldigheid nadoende, zal men dewaarheid gemaklyk ontdekken : anders kan men 'er byvoegen het geen ik’er in liet Hoofdstuk van de Lucht nogh van zeggen zal.
§. r;f. Anderen hebben gemeend, dat de zwaarte van lighaamen grooterkon worden, omdat zy eenen glazen bol gevuld hebben met water en erwe-ten , deeze wel toegeflooten met wasch, en agt dagen lang aan eene balans ge-hangen , weidt bevonden zwaarder, dan voorheen. Maar als men dit na-doet in eene schaal hangende aan kettingen van eene nette balans, vindt mendit juilt niet met de waarheid overeentekoomen -, naar allen fchyn heeft menden glazen bol gehangen aan een droog touw , dat naderhand door het vog-tige weer veel nat in zich getrokken heeft, en dus zwaarder geworden is :Ik ben voorheen ook wel dus bedroogen geweest , waarom ik nooit naderhand ,wanneer men zeer net moet wcegen, schaalen aan touwen of koorden, maaraltyd aan kopere kettingen hangende gebruikt heb : deeze waarschuwing isvan meer gewigt , dan men ooit gelooven zou.
§. r;6. Tot nogh toe hebben wy de eigenschappen en uitwerksels van dcZwaarte gezien , maar wat is de oorzaak van de zwaarte ? of liever wat is’er, het welk de lighaamen zwaar maakt? Vcele schrandere Wysgeeren laaienhet hier by , en beginnen maar te redeneeren van de uitwerkselen af, zoe-kende niet naar deeze oorzaak : Men moet hun doen pryzen : dewyl wy ,wat het nut belangt voor het Menfchdom , ’er niet veel aan hebben, het zy wyde oorzaak weeten of niet ; wanneer wy maar zeer naaukeurig de eigenschap-pen en wetten der zwaarte kennen. Hierom zullen wy ’er ons ook nietlang m:c ophouden , veel min ’er ons aan kreunen , of men het geen wyhier verder aantonnen, aanneemt of verwerpt, want het koorat’er niet op aan *voor het geen wy in de volgende Hoofdstakken verhandelen zullen.
Omdat de zwaarte niet alleen in stilliggende lighaamen werkt, maar ookeveneens in die zeer snel bewoogen worden, fchynt het ons toe , dat de oor-zaak van zwaarte geen werktuiglyke of Mcchanisc en buitenopdrukkendeMagt kan zyn : Want als zy eene buitenopdrukkende Magt was, hoedaanigdie ook zyn zou, vast of vloeibaar , zo zou zy anders moeten werken opeen stil, dan op een snel bewoogen lighaam : I^aar eene staale veer gespannenzyn Je zich uitzetten regens een stilliggend lighaam , zy zal anders werkendan op een lighaam , ’t geen met de helft der Inelheid reeds bewoogen weidt,waarmede zy zich uitzet : wederom zal zy anders werken op een lighaam, het
geen reeds met van zyne eige snelheid bewoogen weidt. Dus zou het met
de Zwaarte ook moeten gelegen zyn, als zy buitenop werkte.
z°. De Zwaarte werkt eveneens jn het binnenste der lighaamen, als in het
teui-.