VAN DE W EEG K O NS T,
§. zoo. Indien ecnc trekkende Magt geduurig verzwakt wordt in krachten,en eenen weerstand altoos evengroot blyvende moet overwinnen, moet zy aanzodanig een windaas geplaatst worden, wiens rad in het begin van werkingekleinst is, en wiens middelyn geduurig aangroeit in dezelve reden, als de krachtverzwakt.
Tab V * Oit is in de gemeene zakuurwerken, welke door het trekken van eene staaleFig, 14.* omgewonde veer bewoogen worden, in acht genomen : Want als eene veer eerstopgewonden is, werkt zy sterkst , en hoe langer hoe flapper, hoe zy zich almeer uitgezet heest : de weerstand der raderen in het uurwerk blyst dezelve rHierom maakt men eene kegelswyzc snek BFE, draaiende om den as BA,en hebbende onder aan E een getand rad, het welk alle de raderen doet omloo-pen : men windt om deeze snek eene ketting zodanig , dat als de veer S eerstopgewonden, het sterkst trekt, de ketting zy boven by L , het dunne eindTab V * ^ er zodat de magt der veer 8 nu vereiicht wordt tot den weerstand der
Fig. 14. raderen, als de halve middelyn van het onderste rad EA, tot de halve midde-]yn op deeze plaats der snek KL. Als de veer zich reeds veel uitgezet heeft,en dus minder kracht bezit, is de ketting op F, zodat nu wederom de krachtder veer S wordt vereischt tot den weerstand in E, als EA, tot de halve mid-delyn Fü der snek alhier ter plaatse. Wanneer de veer by na gantsch uitgezetis, dan is de ketting in E , alwaar de (nek het grootste ís, zodat door hetaangroeien der snek in de zelve reden,waar in de krachten der veer verminderen,de raderen altyd met dezelve kracht omgetrokken worden.
Tab.IV. §- Zot. De lyn van leidinge, zo der beweegende magt aan het windaas ge-Fig, 6. plaatst, als van den beweegbaaren last P, kan vcelerhande zyn,zonder dat hier-door de reden tusschen de magt cn den last tot evenwigt verstoord wordt: Wantlaat eene magt G trekken het touw F G t zo zal G evengroot moeten zyn,om het gewigt P op te ligten, als voorheen M was: zynde uit het middelpuntvan beweeginge getrokken de lyn CF, is daze de waare afstand der kracht Gvan het punt der beweegingeC, maar CF is gelyk aan CB, omdat het halvemiddelynen zyn van 't zelve rad , zodat de kracht van G evengroot zal moetenZyn, als M was, tot evenwigt met P.
§. 30Z. Men heeft sommige windaazen, waarin dieren en menschen gaan,wel-ke door hunne zwaarte in het rad, den last hangende aan den as opligten. Menzal hunne bewecgingskrachten op deeze wyze moeten begrypen. A F B zy hetTab. IV. Zelve rad, maar hol ; men laatc daar een’ menfeh ingaan, ( het is eveneens ofFig. 6 . men'er dieren toe gebruikt, als paarden , honden, enz.) welke tracht voorttegaannaar H K S B. als hy gekoomen is in H , is zyne lyn van zwaarte in H O,derhalve werkt hy, als hangende met zyn lighaam aan het punt O, wiens af-stand van het punt van beweeginge is GO; weshalve de beweegingskrachtenvan dien menich ,en van het gewigt P tot evenwigt, evengroot vereischt worden :nacn noeme de zwaarte van den menfeh H, zo zullen de gelyke beweegings-krachten zyn H X CO — P X DC. en dit in evenreedigheid gebragt, staar,H. tot P :: DC. CO. Indien de menfeh meer voorwaarts gaat tot in K,weikt hy met zyne zwaarte in de leiding der zwaarte KE, en dus hangt hy
aís