Band 
Eerste Deel.
Seite
380
JPEG-Download
 

OVER DE VLOEISTOF

;8o

minder dan dit waaragtig is, leert cn de ondervinding, en de reden : schooncr sommige lighaamen alleen vloeibaar zyn , wanneer hunne deelen door dcwerking van het vuur van een gescheiden, cn door eene geweldige bewee-ging gedreeven worden ; gelykhetgeleegen is met deMctaalen, VValch, Smeercn andere lighaamen op het vuur gesmolten : De deelen van deeze lighaamentrekken malkanderen zeer sterk , waardoor zy niet van een kunnen geschei-den worden dan door het vuur, het welk zich tuflehen hen moet inzetten,anderszins stremmen zy aanstonds wederom tot een vast lighaam ; en dewylhet vuur alles sterk beweegt, worden deeze deelen ook bewoogen, welke zon-der deeze beweeginge , en alleen omdat eene groote meenigte vuurdcelen tus-se hen hen in is , zodat zyer als in zwemmen, niet zouden vloeibaar zyn;maar dit alles heeft geen' plaats in andere Vloeistoffen, gelyk uit deeze navolgen-de bcwyzen blyken zal.

i a . Indien men in eenen sterken hollen kloot een Vloeistof met groot ge-weld inperst, gelyk wy doen in de proef, waarin men de hardheid der Wa-terdeelcn toond , volgens H. bfp. dan zullen alle de deelen der Vlociftoflè zoftyf tegens een gebragt zyn , dat zy niet over malkanderen kunnen loopen ,noeb bewoogen worden zonder eene zeer sterke schuuringe ; otn deeze te over-winnen, a's zy overwinbaar is, moeter eene zeer groote kracht bykoomen,welke de vloeib.arc deelen beweegen zal: ik viaag dan in dit geval, of hetmogclyk is , dat de deelen dcczer Vloeistoffe door eene inwendige beweeging,gelyk voorheen zullen kunnen bewoogen worden ? dit is zeer onwaarschyne-lyk ; men moet niet zeggen, dat de Vloeistof dan een valt lighaam is, wantwater in zodanig eenen kloot geperst r waarvan ik sp.ee ken zal op §. 8f9.blyst vloeibaar water, wiens druppen door de foren vant Metaal doordrit>.gen.

z". Omdat de deelen van alle Vloeistoffen malkanderen trekken, gelyk uitde waterdroppen blykt , moeten zy noodwendig tot rust koomen , zo ras dcaantrekkingskracht van alle deelen naar hun middelpunt evengroot is : dankunnen zy niet bewoogen woiden , tenzyer eene uitwendige oorzaak by-te oome, welke krachtiger dan de aantrekkingskracht is, en de deelen van eenstoot.

}°. Laat ons cens letten op dc deelen van eene zuivere Vloe stoffè, verza-meld in eene stille plaats, of men ze in beweeginge ziet? zet voor het Ver-grootglas des nachts, als alles in rust is, op eene stille plaats een klein drup-je melk, of geklenst bloed, dit is eene Vloeistof, beschouw of de deelen inbeweeginge of rust zyn , zorg draagende van noch met de hand, noch methet lighaam iets te beweegen : ziet men dan deeze grove deelen in stilstand, hoe.kan men dan stellen , dat de natuur der Vloeistoffen eene noodzakelyke be* tweeging vercische?

4 0 . Meng onder water fyn slyk , zand , of andere stofjes ; deeze zullendoor het water heen zwemmen, zo lang alles in beweeginge is ; maar zet ditvat in eene zeer stille plaats, en wacht eenigen tyd , dan ziet men , dat hetüyk cn zand doorzinkt > dat het fyne slyk, slegts een weinig zwaarder dan

Kr ,