des Herrn Wilhelm Themmen. igoi
Volken de waarschowen; op dar Land en Kerkdoor hun Heirmacht niet schielyk overrompelr,en mec al hunnen heerlykheic verslonden werde.Vervat in eene Verhandelinge van den uyterlykenen geestelyken watervloed; ter gelegenheit vandien hoogen Kersvloet in her Iaar 1740 enz.Arnhem, 1741 und Amsterdam 1756 in Octav.
8- De lüyvere Leere der Waarheit, die naarde Godsaligheit ist, in haare bysondere Geloofs-stukken aan een geschahest, bey her licht dergeesstelyken Heiligdoms geopent, mec betooglykeBewysredenen aangedrongen , regen allerley oudeen niewe Dwaal-Secten verdedigc , en naar Ver-eisest van een iegelyks Sielsgestalte toegepast.Erster Theil in zwey Stücken. Amsterdam, 1754in Octav. Dieß ist der Anfang einer vollständigausgearbeiteten lehrenden, thätigen und streitendenGottesgelehrtheit, welche aus drey oder vier Theilenbestehen soll, deren der zweyte bereits weit überdie Hälfte abgedruckt ist, und, wenn keine Verhin»derung dazwischen kommt, noch diesen Sommerohnfehlbar das Licht sehen wird.
g. Gods eeniggebooren Soon als de Schepperen erfgenaam der waerest, van syne Dienaren uit<*geroepen en verheerlykt. De Kennmerken enVoorrechten van syne Bond - en Gunstgenootennaar de Wer des Geestes beschreven. De Wegdes Heiligdoms voor alle natien geopent. DeKoningen, de Princen en alle Volken des aardedoor een Vertoog van syne Magc en Heerlykheit,verplige tot eene geloovige Onderwerpinge aan
synen