DE BESCHRYVING
E N
GESCHIEDENIS
VAN
eerste boek.
Eene algemeene Beschryving van het Ryk
Japan.
EERSTE hoofdstuk.
■R a g~Regifler onzer Reyzevan Batavia naar Siam .iiWWïi'j' een verhaal"van t geene , gedurende ons verblyf aldaar , voorgevallen is.
Des A.u-’v'Urs gele-R e nheid totReys.
A dat ik een tyd lang ge-bleven was tot Batavia ,de Hoofd-Stad, der Ne-derlandsche Ooft - Indi-sche Maatschappy in deIniiën, en den Zetel varhun algeménen Hoofd-bevelhebber, ge-legen op het groot Eyland Java , quamtny eene gelegenheid aan de hand, om°P het Schip de Waal-Stroom , als Genees-Heer mede te varen met het G eíàntschapt Welk de Maatschappy eens ’s jaar^cndt naar het Hof van den Keizer vaiJapan. Het is ïiu om ende by de honderd jâarctì. , zedert dat dit Ryk als uytgevloten en buyten gehouden is van a’c n Koophandel met vreemde Natiën^ytgezondert de Nederlanders, dewelrc J (! Un ë cz ' cn wordende voor de op^ aller vreemdelingen, om die reden ° | r hen toegelaten en geduld worzic]^ lQ ewel onder een zeer naauw toederlid & Cn hen word vergunt deze zonzant i£ 1 i Unilbew Y zin S » dat lum Grhun ontzïï S aan Hof ma S kotnen 'Deze is
nigíle geW^ 1 - tegenwoordige, deheid, welke een Europ
hebben kan om daar te komen, en deHeerlykhcid van dat Hof en van datRyk te zien. On» 5 cliip moest eerstnaar Siam , om aldaar een gedeelte vanhare lading te lollen , en goederen, diein dat Land vallen, in te nemen, waardoor ik ook gelegenheid hadde, om tegelyk dit beroemde Ryk , en deliëlfsheerlyk Hof te bezien.
Op Zondag den zevenden May 1690. Veging ik des ochtens vroeg aan boord. vanOp den zelfden v dag lichteden wy het via 'anker, en maakten zeyl met een klein,doch gunstig koeltje. Ontrent den mid-dag bereikten wy het kleine Eyland E-dam , leggende eenige weinige mylenvan Batavia , langs het welke wy heenvoeren tot láát in den avond, wanneerwy ’t uyt ’t gezicht verloren.
’s Maandags den achtsten verloren wyuyt het gezicht het Hooge-Land vanJava , maar niet dat der nabuurige Ey-landen. Op den achtermiddag kregenwy eerte kalmte, en vorderden weinig,des wierpen wy het anker uyt op negenen twintig vademen waters , op dat delopende stroomen, welke hief zeer stuk-gaan, ons niet te zeer van onzen streek1 a zouden
Tirefc
Bat*--