M DE BESHCRYVING EN GESCHIEDENIS
aan yder kant van den Tempel gelykeen vleugel, door acht pylaaren onder-steunt ; binnen is ze gelyk alle andereTempelen, redelyk donker, nadien 'ergeen vensters zyn , zo dat al het lichtalleenlyk inkomen kan door de deur, endoor eenige gaten in de muur. 't Voor-portaal is verheven boven de grond, endoor verscheide daken overdekt, welkeondersteunt worden door acht pylaarenmet verscheide Kapiteelen , hóofdstukken,staande in twee ryen. De buytenstery pylaaren is zaam gehecht door eenroodt tralywerk voor de voorgevel vanden Tempel , om de kostelyke deurenderzelve te beWaaren. In dezen voorge-vel zyn drie paar deuren, yder van tweezaamen toestaande, dewelke zeer aardigen kunstig gesneden zyn, in dríe soor-ten van lofwerk door elkander gevloch-ten, en verciert met bladen en bloemen,tlislchen welke verscheide kleine beeldenvanhaare afgoden van verscheide gedaan-te en gestalte uytkomen ; sommige der-zelve vier armen en handen hebben-de , houdende in dezelve verscheide wa-penen en werktuygen • voorts zyn zegantsch wel geordend en verciert metgoudt en verscheidene kleuren. Naastaan den Tempel staat een klyn openhuys getekent met de letter A., in welksmidden een vergulde klok hangt vailtwee ellen in zyn middelstreep, welkenzy ’s morgens en ’s avond met een ha-mer slaan , om de Monniken te roepentot gebeden en de godsdienstplichten ,welke zy verrichten met op ’t Choor tezingen met een beevende stem, gelyk deEuropische Munniken de Psalmen zin-gen, (zie tafel. 6. fig. 7)
Letter B. is een andere Tempel devoorigen gelyk, doch zo niet verciert. ’tPortaal bestaat uyt twee ope vertrekken,met pleysterwerk en kleine verguldeafgoden opgeschikt. De vloer was be-dekt met menigte groote palm bladen,zynde de overblyfselen van haare Pali ,of Godtvruchtige boeken, die wanneerzy oud geworden en versleten zyn, hierop deze wyze als op eene heylige plaatsWeggelegt worden. In ’t bezigtigendezer Tempelen merkte ik, als iets zon-derlings , aan , dat ik geen beeltenislènzag van dieren, en van afgoden van eenmonstreuse gedaante, gelyk de Brahmi-nen en de Chineesen in de haare hebben ;want alle de afgoden binnen in de Tem-pels worden verbeeld in ’s menschen ge-daante, het zy zittende, of staande; hoe-wel men van buyten, by voorbeeld aande deuren, ingangen, pyramides, en in-zonderheid, in deze twee vierkante ply-
nen , waar van wy nu spreken, vindveele wandrochtige beelden als vcrcieric-len, met ystyke vreeslelyke gezichten.
Letter C. is een pyramide op de wySvan een tooren, van boven het spits aftot aan de halve hoogte vergult, staan-de op een voetstuk boven de grond ver-heven , eü met een vierkante omgangomvangen, ’t Bovenste topje word om-vat door een groöte kroon op zyde neer-waards gedraayt, aan welke kleine Ver-gulde klokjens of bellen hangen, welke,door den wind bewogen Wordende, ge-luydt geven.
Letter D. is. een klein houte huys, in’t welk bewaart word een zeer uytne-mend zwaare rothaar, met verscheidekleuren geschildert.
Letter E. is een verwulfde Kapel ,meteen afgod van een zeer groot lichaam,gelyk jBaccbus , door de Brahminen Vic-caswara genoemt. Hy is veel grooterdan een gemeen mensch , geheel over,sterk vergult, met zyn grimlachend aan-gezicht gekeert na den zo even beschre-ven Tempel Onderen boven hem, enaan zyne zyden stonden verscheide klein-der afgoden, gelyk afgebeelt is in de y.tafel. fig. 2,. voor hem waren leuningen,op welk zich vertoonden tekenen vanwaschkaarfen, die daar gebrandt waren.
Letter F. is een ander verwulft ge-bouw gelyk het voorgaande. Van bin-nen in ’t midden van de muur was eenbeeld gelheden ten deele geverwt, cn tendeele vergult, eenigermaten vertoonen-de een voet met vier teenen,drie spannenlang én anderhalf breedt, welken zyvoor iets dat zeer heilig is, houden, (ziede f. tafel, de ^.fig.) Onder dezen warenverscheide kleine afgoden gestelt.
De pyrarhideii op deze plynen, zyngeböuwt ter eeren van zekere góden, aanwelke zy toegeeigent zyn, en van dezel-ve hunnen naam voeren. Doorgaans zyner schulpen aan gemaakt, in welke deGodsdienstige hunne offerhanden bren-gen ten voordeele der Priesteren.
In het andere vierkant, (zie de y. tafelfg. 1.) binnen deslèlfs muuren, warenbloempotten en bakken voor planten.
Binnen het zelve stonden ook verschei-de Topoo boomen , in de Oost-Indien ToposRaivafitb , en Bipel genoemt. Dit is een Boom^soort van een melk of vygen boom, vande grootte eener beukeboom , met uyt-gestrekte takken , een zachte graauWeschorze, en ronde , doch lang gespistebladen, dragende een ronde imaakloosevrucht, die alleenlyk tot voedsel dervlecrmuyscn strekt. Alle de heidenendezer gewesten houden denzelven voor