Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
46
JPEG-Download
 

Het Ey-knd Jeio.

46 DE BESCHRYVING

De kusten van Corea zyn ontrent achten veertig Japanfche water of zee uuren,of zestien Hoogduytsche mylen, afgele-gen van het Eyland Tjujstma , en dit evenzo ver van het vaste land van Japan.Een menigte van klippen en kleine Ey-landen leggen tusschen beyde , dewelkeschoon ze voor ’t meerendeel onbewoontzyn, echter de Japoneeiers bezetten metsterke bezettingen, te weten op de voor-naamste dezer,om te letten, op de iche-pen die daar voorby zeylen, en hen tenoodzaaken te vertonnen welke waarenzy aan boord hebben , als zich toeeygc-nende de oppermacht over deze Zeen.De waaren die van Tstojytt worden ge-bracht zyn,de beste kabeljauwen en an-dere gezoute vissch, okkerneuten, raaremedicynfche kruyden , bloemen , enwortelen, inzonderheid de Ninseng, zoberoemt wegens derzelver uytmuntendeeygenfehappen ; welke in groote menig-te groeyt in de Provintien-van Corea, enFakusat , gelylc ook in Siamsai , een ge-west van ’t nabuurig Tdrtaryen ; dezeplant, schoon men ze elders vind, wordechter geoordeelt , dat die in de voor-noemde gewesten groeyt, de andere zeerver in deugd en eigenschappen overtreft.De Inboorlingen hebben ook eenigeweinige handwerkselen. Onder andere.een zeker soort van aerde potten, in Ja-py en Niuke gemaakt, zynde deze tweeplaatsenTartansche Provintien,van waardezelve worden overgebracht door deCoreaanen , die dan by de Japoneeiers zeergezocht en duur betaalt worden. Maaronlangs heeft de Keyzer doen afkondi-gen , dat ze in het toekomende niet meerzullen mogen worden ingebracht. Deschuytcn , waar van zich de Tfemcesersbedienen, zyn zeer slechte lompe maak-sels , waar mede men zich belwaarlykzou durven wagen om verder dan TJuffi-ma te vaaren.

III. Je si , of JefogaJtma , dat is hetEyland van JeJo is het noorderlyksteEyland dat de Japoneeiers buytcn huneige Ryk bezitten. Het wierd over-rompelt en overheen, gelyk men rny inJapan gezegt heeft , door Joritomo, deeerste Cubo waeredïyke Monarch, diehet over het aan den Prins van Nlatsunmi(een nabuurig Eyland onderhoorig aan dearoote Provintie Osu:) om door hem ge-rcgeeit en bestiert te worden. Eenigentyd daar na de Inboorlingen de Regee-ring van vreemdelingen moede zynde,vielen aan op de bezetting, welke dePrins van Matjumai daar had gelaten, endoodeze geheel, zo dat 'er geen een manafquara. Deze vyandelyke daad quam

EN GESCHIEDENIS

zo ras niet ter ooren van den Prins, ofhy zond over een groot leger , en driehonderd Ruytcrs , om voldoening teeysschen, èn in geval van weigering ge-noegzame yoldocning te nemen, en dewederspannelingen te ihaften. Maar dePrins van Je Ja , om verdere quaader ge-volgen voortekomen, zond een Gezant-schap naar Matfumai , en om alle achter-docht weg tc nemen, als of hy de min-ste hand of aandeel hadde gehad in dezezaak , zo leverde hy over twintig dervoornaamste belhamels, welke ter doodgebracht en hunne hoofden op paaiengestelt wierden op de kusten van Jefo.Deze daad van onderwerping verzoendehem ten eenemaal met zync overheeren,maar de Inboorlingen zedert dien tydtaltoos gehouden wordende voor eenweerbarstig en oproerig volk, zo wor-den ’er altyd sterke bezettingen gehoudenop de zuydelyke kusten van dat Eyland,om het de macht te benemen, van ooithet zelve weder te ondernemen ; en dePrins is verplicht om Cens ’s jaars eenGezantschap tc zenden aan Matsumai metgeschenken, ter waarde van een MangokfDit Eyland legt op twee en veertig graa-den noorder breedte naar het N. N. O.,recht tegen over de groote ProvintieOsiu, alwaar deflèlss twee voorgeberg-tens Stigaar en Taajafakt zeer ver in zeeuytloopende, een groote golf maken,welke recht tegen dat Eyland óverkomt.Men zegt dat men een dag werks heeftom op dit Eyland over te vaaren, en datmen ’er ten allen tyden niet kan aanko-men, van wegen de stroomen , dewelkesterk loopen , somtyds naar ’t Oosten,ibmtyds weder ten Westen ; hoewel hetanderzins slechs veertig Japanfche zeemylen is , en op sommige plaatsen nietboven de vyf of zes Hoogduytsche afge-legen van de kusten van Japan. Men zegtdat bet zo groot is als het Eyland Kiusitt ,maar overal door en door zo vol bos-sohen en wildernissen , dat het nietsvoortbrengt, ’t geen de Japoneeiers kandienen,behalven eenige vachten en bont,welke nochtans de Inwoondcrs van deZuydergedeeltcns van Japan niet benodigtzyn. En de Jefoaanen brengen niets an-ders dan deze Pelteryen over, als ook deberoemde visch Karufaki, welke in groo-te overvloed ontrent het Eyland wordgevangen, van welke de Japoneeiers eengroote lekkerny maken, dezelve koeken-de en eetende, gelyk zy de kabeljau doen.Ontrent de gedaante van ’t Eyland konik niets zekers vernemen , noch uyt dever haaien, welke de Japoneeiers daar vangaven, noch uyt de kaarte welke ik van

dezel-