64 DE BESCHRYVING EN GESHIEDENÎS
de Caspische Zee tot aan de grenzen vanChina. Jagen Andasen is in 't jaar 1697. inzyne reys naar China niet langer ónder we-Tusschen- gen geweest. TweeTartarifcheKooplie-Chfsia van ^ en met welke ik tot Astrakan verkeert heb,de Caspi- en die verscheide maaien in China warenscheZee. geweest, deeden my het volgende ver-haal van hunne reys derwaards. Zygongen van Astrakan de Caspische Zeeover, (welke zy rekenden 200. mylenlang en iyo. breedt te zyn) naar Seratfykm vyftien dagen , van niet te land naarUrgentz , de Zetel van den üsbekiaanfcb'enVorst in vyf dagen, van daar naar Bo-chan in vyftien dagen, reyzende dooreene groote wilde woestyn : van Bochauzyn twee verscheide wegen, van welkede Reyzigers kiezen kunnen, welke zywillen. De eene gaande over Cafgar wastoen belemmert door de struykroovers,weshalven zy d’andre namen, welke henin veertien dagen door een zeer wel be-woond land bracht tot laaskenà , vanhier in zeven dagen naar Oxiend , vandaat naar Rmsker , de Hoofdstad vanTmiiiftaan , en de voornaamste plaatstulleken Buchara en Kat ai , in (dit getalis in het origineel overgeslagen) dagen ;van daar naar Tfutzyk de eerste Grensstadvan Kami in dertig dagen ; van hier naarHamtsyk in vyf dagen ; dan verder vanhier naar de hooge muur of wal vanKattai i Chatai of China in zestig dagen,reyzende door een welbewoond land;en eindelyk van de groote wal naarCambalu of Peking , de Hoofdstad VanChina , en ’t Hof van den ChineefchenKeyzer, in tien dagen, voleindende de gan-iche reys in min dan zes maanden. EenCalmnckiuanfcb Koopman onder het ge-volg van eenen gezant van een Vorst vanÇalmuckien aan den Koning van Persten ,dien ik tot Ispahan kende, alwaar hy myte koop aanbood de wortel Taichum, datis, de groote geele 'wortel , of de Rhabarbar ,welke hy zelf uyt China had medege-bragt, gaf my het dagverhaal van Zynereys van Mienkisilaag tot de groote walvan China aldus. Hy ging van Mienksi-laao- tot Dfiem in twintig dagen , vandaar na Gilgaas, daar zy een breede ri-vier moeten overvaaren , m vyftien da-gen ; van daar tot aan Torkat in weinigedagen, van hier naar Milantjy 111 tiendagen, van daar tot aan Toktan in tiendagen ; wederom van hier tot Isienrebsuin vyf dagen, van hier verder naar Isyelin tien dagen , van daar naar Kalah invier, van hier naar Balane in zes, vandaar naar Karbokatai in tien dagen, envan hier naar de hooge wal van China innegen dagen , reyzende door een woest
en onbewoond land, in't welk hy alleetiontmoete weinige Tartarifche Schaap-herders , woonende ónder zwarte tentert.Mienkisilaag betekent in de Land-taaiehonderdt winterlegeringeh of rustplaat-fcn. Het is een Eyland gelegen aan deOosterfche kusten van de Caspische Zeenaby de vyf en veertigste graad noorder-breedte ; en de Zetel of Hofhouding vartAjukeh , Vorst der Calmuckiaànjche Tar-taren, die de Kurken of Turkomannen uythaar land jaagden, en hen dwongen öriizelfs van de Oevers der Cajpifche Zee te vei-huyfert. Uyt het een en 't ander gezeg-de meen ik dat het op geenerley wyzeWaarfchynlyk is, dat de eerste Chineesendoor zulke barre en woeste landen inChina gekomen zyn , in welke door tereyzert de Reyzigers veeltyds zyn ge-noodzaakt voorraad van water en vánfpyze mét zich te dragen. Ik hebbe veelmeer Over om te gelooven , dat zy meernaar’t zuyden reysden,ert mifchien langsde Noordzyde der Imaanfiaanfcbe geberg-tens, alwaar het land zeer vruchtbaar is,met kostelyke weylanden, en overvloedvan zoet water, vifch en andere nodigelyfsbehoeften, en waar het zeer waar-fchynlyk was dat zy zouden vinden ofden mond, of anders eenige takken vande groote rivier Croceus , welke hen ge-makkelyk ende veylig konden brengentot in ’t hait van China. j
Doch het word eindelyk hoog tydt ^ §om té rug te treeden en de eerste Japan- SCfche Volkplanting te haaien van de Cas- ftn Apistche Oevers , daar wy haar gelaten 0 P^ (Íhebben, om haarèn reys naar Japan tevervolgen. Zo wy stellen dat Zy eentyd lang reysden langs de Oosterfche ennoordoostersche kusten van de CaspischeZee, tot dat zy quamen aan het EylandMienkisilaag , en dat zy van daar Vervolg-den sommige der rivieren, die zich daarontlasten in de gemelde zee, zullen wyvinden dat Zy door dit middel geraaktenin een groot en vruchtbaar Landschapzich zelf ver oostwaards uytstrekkende,en zeer bequaam, vermits deslèlfs voor-deelige gelegentheid en groote vrucht-baarheid, óm langíàam en veylig haarereys voort te zetten. Dit aanmerkende,zal het niet ongerymd zyn verder te on-derstellen , dat, hebbende eens zodanigenschoonen en vermakelyken landsdouweontmoet, in het welke het hen nochhun vëe , aart eenige levensbehoeftensontbrak, zy besloten het zelve te be-houden , weigerende de heete dorre enwoeste Provintien, die nu door de Tur-kesteaans bewoont worden,in te trekken,en aan de eene of d’andere zyde neer te
gaan