Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
66
JPEG-Download
 

DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

66

de van hun vee, en ’t geen de aarde vankruyden, wortelen cn vruchten voort-bracht, en van de viffehen en krabbenwelke de zee opwierp ; was het ontwyf-felbaar en voornamentlyk aan haar zel-ven toe te schryven, dat zy in vervolgvan tyd zulken talryke en machtigeNatie wierden, en dat de tegenwoordigeInwoonders van Japan moeten wordenaangezien als nakomelingen van deze,dienaar de Babelsche verwarring der taaien,overquamen en zich zelven in deze Ey-landen neersloegen. Maar men kan aande andere kant niet ontkennen, dat vanMaar ook tyd tot tyd derwaards nieuwe Volk-aan Volk- plantingen zyn overgezonden , vooma-plantingen. ^otlyk U yt China en Corea en zo mis-schien ook uyt andere nabuurige landen.De Japoneesen zelf maken veeltyds inhunne Historien gewag van geleerdeChineelen, die haare boeken en de hen-nisse van nutte konsten en wetenschap-pen in Japan overbrachten ; hoewel nietin de laatere eeuwen, wanneer de Japan-sche Monarchie reeds was geworden toteen machtig Ryk. En waarlyk nadienzo weinige vreemde woorden overge-bracht zyn en aangenomen in de Japan-sche taal, dat het moeyelylc te bemerkenis, dat 'er eenige de minste veranderingin is gemaakt, en nadien de Godsdiensten de oude costumen noch heden stand-houden, zo blykt duydelyk dat, welkevreemde Volkplantingen van tyd tot tydhet zy opZettelyk of toevalliglyk over-gekomen zyn in Japan , hun getalniet aanmerkelyk moet zyn geweest, tenaanzien van ’t gros der Japaniche Natie.Aan Schip- Verder aanmerkende, dat de Eylan-breuken. den van Japan omvangen worden dooreen gevaarlyke en onstuymige zee, zo ishet zeer waarschynlyk , dat van tyd tottyd schepen uyt vreemde landen ko-mende op deze kusten zyn gestrant, endat indien eenige van ’t scheeps volk zogelukkig waren van* hun leven tebergen , zy liever verkooren in Japante blyven, en zich onder de Inboorlin-gen te vertrouwen , dan zich weder tewaagen op de genaade der woeste baa-ren, en gevaar te loopen van eene hag-chelyke wederkomst in hun eige land.Schoon de zeevaart nu tot den hoogstentop byna gebracht is, gebeuren toch de-zelve toevallen zeer dikwils, en daargaat qualyk een jaar voorby, of sommi-ge schepen worden op de kusten ge-smeten, komende zomtyds uyt landen,of zo ver afgelegen, of ten eenemaal Zoonbekent, dat men naauwlyks eenigegissing over dezelve maken kan, nochuyt het maaksel van het schip, noch ook

uyt de taal en de manieren van het ^scheepsvolk. Verscheidene aanmerkelyke ^arblyken van zodanige gevallen vind men van .aangetekent in de japansche Geschiede-nissen. De Japoneeièrs over eenige hon-derd jaaren by geval ontdekkende het <Eyland Genkatjtma , ten noorden van Ja- Ge ^ npan gelegen, bevonden het bewoont,gelyk als haare Historien vermelden, voornsdoor Onï , dat is zwarte Duyvels , de- bewo^welke zy met oorlog vervolgden, en ^°° a r rte Bhet Eyland gezuyvert hebbende van dit Ao-zgedierte, gelyk zy het noemde, bevolk- ren .ten zy het met hunne eige Natie. Hetis zeer waarschynlyk, dat deze Moorenmet eenen geweldigen storm zyn gesme-ten geworden, op de kusten van dit on-bewoonde Eyland. In ’t Historisch ver-haal van dezen Oorlog word verder op-gemerkt, dat zy lange hairen droegen,over de schouders uytgebreid, en dat zyeen vreemd stag van huysraad, als onderandere, hooge Europische hoeden had-den. Dat de Japoneeièn hen Duyvelsnoemden , daar over behoeven wy onsin het minste niet te verwonderen, zowy in achtnemen of hunne zwarte kleur,of de natuurlyke trotsheid van de Japo-neelche Natie, welke alle andere Natiënzo zeer veracht, dat zy ze noemen U-inakokf, dat is, de Landen der Duy velen.

Welke Landslieden deze zwarten andersgeweest zyn, dat is gemakkelykte gisten,door hun lang hoofdhair te dragen, uythunne kleeding en andere omstandighe- i

den ; en ik meene dat ik niemant zou j

bedriegen indien ik staave en verzekere .

dat het Malagaanen zyn geweest. Het is ,

genoeg bekent , dat de Malagaanen tot ;

dezen huydigen dag by uytstek veel ;

werks maken van hun eige hair, en '

zich zeer vermaken met het zelve te dra-gen van eene uytnemende lengte, boven i

eenige andere zwarte Natiën van AJta. !

Behalven dit, dreven zy in voorige ty- i

den zeer ver den grootsten handel op de !

Indien en voeren af en aan met hunne ■

Koopvaardyschepen niet allen op alle de i

kusten van AJta - maar onderstonden !

zelfs naar de kusten van Afrika over testeeleen, inzonderheid op ’t groote Ey- ,

land van Madagascar. De Tytel, welke ;

de Koning der Malagaanen zich zelf aan-matigde, van Heere der winden ende derzeën van het ooften tot voefien , is hier van j

een duydelyk bewys ; maar noch veelmeer de Malagaansche Taal, welke zichbyna over ’t geheele oosten uytfpreyde,

'zeer na op dezelve wys, als te voorenhet Latyn , en onlangs het Franfèh zichheeft uytgebreid over gansch Europa. j

De hooge hoeden, welke gevonden

wierden |