Citroen-appel hoo-rnen.
Orangs
Limoe-
nen.
VV y ngaer-den.
Braambe-
zien.
Braamboi-
zen.
Aerdbe-
zien.
Pruymen.
Kerfleboo-
men.
Denneen Cypres-boomen.
84 DE BESCHRYWNG
gemeen goed , en 2,0 ’t my toeschynt veelgroóter dan ik ze ergens gezien heb.Citroen Appel-Boomen zyn alleen te zienin de Hoven der liefhebbers. Orangeen Limoenen groeyen in zeer grooten o-• ver vloed, en zyrt van verschelde soorten.Het soort van Limoenen dat voor ’t befteword geschat, word Nlican genoemt. Zegelyken de Persiken zo in grootte als mgedaante, en hebben een uytmuntendekeurige en geurige reuk, maai van smaak7vn 70 een weinig zuur. Een ander soortnoemt men Kinkan. Dat soort is veelichaarscher , in gedaante en grootte denNotemuschaat niet ongelyk, en by uyt-stek zuur. Ze wasichen aan een heester,eer dan aan een boom, en worden veelgebruykt in ’t bereyden der spys, en ’tgeene zy Atfiaer noemen. (Zie de Amoe-nit. Exoticœ. bladz. 801.)
Zy planten weinig Wyngaarden , omdat zy bespeuren, dat de druyven zeldenwel rypen. Braambezien en BraamboizenZyn niet zeer aangenaam van smaak. DeAardbeziën zyn t’eenemaal onsmaakelyken niet eetbaar. Zy zyn overvloediglykVoorzien van Persiken , Abrikoosen enPruymen. Zy hebben tweederley soort vanPruymen ,beyde van d’onze verschillende,■d’eene wit, en d’andere purper , beydegekarreit gelyk de Moerbeziën ; zy zynmede bykomende middelen in de Atfiaerte maken. Kerffeboomen en diergelyk■worden alleenlylc gehouden om de bloe-men , gelyk sommige de Abrikoosen enPruymeboomen mede om de bloemen aan-houden, dewelke zy door de queekkunstzo aanteelen , dat de bloemen zo grootworden gelyk rooiën , en in de Lente,Wanneer ze in vollen bloem staan, eenzeer aangenaam en vermaakelyk gezichtrondsom haare Tempels, in haare ho-ven, en wandelplaatsen, uytleveren,zyn-dezo dik bedekt met bloemen als metsneeuw.
De Denne en Cyprefjeboomen zyn de ge-meenste, die in dc boflehen en wilder-niflën groeyen. Van beide deze zyn ’erverscheidene soorten. Van dezer houtbouwt men huysen en Schepen ; van \welk ook gemaakt word allerïey f] awvan huysraad, gelyk kabinetten, kofferskisten, ’tobbens, en diergelyke. De tak-ken en al wat afvalt diendt tot brand-hout. . ’t Gemeene volk brandt ookde nooten en bladen, die van de boomenvallen, en dezelve dagelyks by een ver-zamelende, houden zy de grond en dewegen zuyver en schoon. Om cierlyk-heids hal ven worden zy geplant op reyenl' a0 ffs de wegen, en langs de reyen vanheuvelen en bergen, het welk ’t aange-
EN GESCHIEDENIS
naam maakt voor den Reyzigcr. Gelykde Inboorlingen yder duymbreed landsten nutte aanleggen, dragen zy zorg datzy dezelve planten op Zandige en dorreplaatsen, daar anders niet groeyen kan.Zonder toelaating van de Magistraat derplaatsen mogen geene Denne noch Cyprès -Boomen omgehakt worden ; en op dat ■derzelver omhakking met ’er tyd geente grooten schaade aan haare groeying !toebrengen mocht, moeten zy al tyd jon- '
ge planten in de plaats van de geene diezc uytgeroeyt hebben.
De Bambous is Zeer gemeen , en vastgroote nut alhier , gelyk over al doorde geheele Indien. V erfcheiderley soortvan Huysraadt als manden, korven, est randere dingen worden daar van gemaakt,gelyk ook gooten en pypen om ’t water ;afteleyden, als mede de muuren van dehuysen. Een byzonder soort van Bam-bous groeit in de Provintie Oomi , welkede Nederlanders uytvoeren onder derf jnaam van Rotting , en voor wandelstok-ken verkoopen. Op een andere plaatszal ik uytleggen , hoe zy bequaam ge-maakt worden om te verkoopen. Pe >Denneboomen en de Bambous zyn beide ir> ;groote achting by de japoneesers , oiïihaare altyd duurende groente ; en de by- \geloovigen gevoelen,dat ze geenkleiner*invloed hebben in de gelukkige gevallenvan ’t menfchelyk leven. De wande-lingen om de Tempels en andere Heyli-ge plaatsen worden met dezelve opge- ,
pronkt, voornamentlyk op hunne Feest- ;
en andere Heylige dagen. En zy ma- [
ken veele toespeelingen op dezelve in I
haare zinnebeeldige en Dicht-Schriften» <
inzonderheid in gelukwenschende veer- \
sen ; want zy zyn van gevoelen, dat zyeen langen reeks van tyd zullen blyvenstaan, dat de gemeene Bambous verschel-de honderden van jaâren zal duuren, en ;dat de gemeene Denneboom, dewelke zy ÍMatznokt noemen , duyzend jaaren zaloud worden ■ dat ze dan haare takken t
neerwaards buygen zal na de aerde, als j
niet langer in staat zynde dezelve op tehouden. En op dat men aan de waar- |heid van dit gezegde geen twystcl staan 'mocht, toonen Zy hier en daar in hetganfche land sommige Denneboomen enBambous , waerlyk van eene ongemeenegrootte, en geven voor dat zy zeer lan$gestaan hebben. Ik heb ’er zelf sommi-ge gezien van eene boven gemeene groot-te en uitgestrektheid. f
Finoki en Suggi z,y n twee soorten van ^4Cypresboomen , gevende een sohooN -licht, witachtig hout, maar nietteminVan een goede stof, en aanmerkelyk van
wegen