Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
109
JPEG-Download
 

van j a p a n.. boek ii. Hoofdst.

^cndcecne groote geldsomrae. Aile Eerty- jWlcn worden verdeelt in zes I, gelyk zy zenoemen, cfat is range of soorten. De ty-tci voor deze eerste Classe is, Dai Seo DatSin. De Persoon die met dezen tytel ver-een word , word zo groot en heiliggeacht, dat men gelooft dat zyne ziel ophet oogenblik van haare verbuyzitig uithet Lichaam een Cami of Godt word.Om deze reden houd de Mikaddo dievoor zich zelf, en geeft ze zeer zeldenaan ymant. De waardigheid van j Quan-biiku behoort insgelyks mede tot dezeeerste soort. Quanbuku , is de tweede

Eerloon van het Geestlyk Hof, en On-derkoning van den Dairi , en eerste'taats dienaar in alle zaaken die het Ryk; * a ngaan. ( Dezen Tytel word aangenomen'oor den waereldlyke Keyzer , of gegeven aanoen bekenden Erf genoom der Kroon , en is evenzo veel , als Quabacondono, van welken naamn e n dikwils melding vindt in de brieven der Je-efiten.) De drie volgende Eèretytels be-horen tot den tweeden I, of rang, Sa^ai Sin , U Dai Sin , en Nai Dai Sin ,deze worden nooit aan meer dan aandrie Peribonen vant Hof gegeven. DeDai Nagon, en Tsunagon maken de derdeDlaffe uyt, en deze twee Eeretytels zynaltoos gehecht aan zekere ampten. De ty-tels van de vierde en vyfde I. rang ofClasse , zyn Seonagoff , TJtunagon TJiuseo ,Seoijo , en Sidsiu. Beide deze Glaslên zynZeer talryk, en weder onderverdcek inVerscheiden verschillende rangen. DePcrioonen van dezen rang worden ookgenoemt Tenpo Bìt 0 ,àss. is Hemelfih Tolk,ent geheele Geestelyke Hof int, ge-meen voert den tytel van Kuge ,t welkzo veel betekent als Geestelyke tíeerçn ,en zulks by wege van onderscheidingVan de Gege, onder welken naam zy.be-grypen, alle de leeken en minder ioortvan volk, die van zulken heyligen endeftigen afkomst niet zyn. De Eerty-telen van de zesde en laatste Classe zynIf 1 U, Goi , en veele andere van weinighelang. Alle benaamingen en Eertytelen,velke zy ook mogen zyn, worden, ge-yk ik reeds gezegtheb, door den Mi-«addo, en wel door hem alleen, verge-Ven. Toen de waereldlyke Monarchende regeering van het Ryk aanveerden,e hield de Dairi voor zich zelf, te gelyk^et het Oppergezag, dezen aanmerkely-kenen gewigtigen tak van deKeyzerlykevoorrechten. Hierom moeten alle Éer-tvtelen , welke de waereldlyke Monar-chen voornemens zyn aan haare gunste-lingen of eerste Staats Dienaars optedra-gen vei kregen worden van de Mikaddo.

< aar zyn voornamelylt twee tytels,wel-

109

ke de waereldlyke Keyzer met toestem-ming van den Dairi kan opdragen aanzyne eerste Dienaars van Staat, en aan dePrinssen vant Ryk: deze zyn Maquan-dairo , en Cami. De eerste was voor-maals Erfïclyk, en betekent zo veel alsHartog of G raaf. De tweede betekentRidder. Men moet hier aanmerken, dathet merkteken,t welk beduit een ver-goode ziele, Ook word uytgefproken Ca-mi. maar dan is het van een aardt, tee-nemaal verschillende vast die, dewelkeden tytel en eere van Ridderschap bete-kent. Alle de Goden en Afgoden van hetLand in het algemeen voeren den naamen merkteken van Cami.

Onder alle andere tekenen van onder- í! un , n , cscheiding, worden de persoonen van dit kee 1DGeestelyk Hof onderkent uyt eene by-zondere manier van kleeding, aan henalleen eigen en hemels breedte verschil-lende van de kleederen der waereldlyken,welke zy versmaden en verachten , alszynde van een geringe onheylige opvoe-ding. Ja zelfs iser zulken verschil on-der hen zelven, in hunne kleeding , datmest uyt dezelve alleen gemakkelykkennen kast van wat rang zy zyn, ofwelk ampt zy aant Hof bekleeden. Zydraage lange wyde broeken,en een bree-de mantel, of tabbaart over dezelve heen,welke zeer wyd. en op eene zonderlingewyze gemaakt, is, voornamelyk ontrent schouders, met een lange sleep, wel-ke over de grond nasleept. Zy dekkenhunne hoofden roet een zwarte verlaktemuts, uyt welkers maaksel en gedaante,nevens andere onderscheidings tekenen,men zien kan, van welke waardigheidzy zyn, of welke ampten zy aant Hofhebben. Sommige hebben een breedenband van zwart krip of zyde op haaremutsen , gestikt, welke of omgewondenis of langs de schouders afhangt.. An-dere hebben een soort van een Lap, ge-maakt op de wys van een waayer voorhaare oogen, uitstaande. Sommige draa-gen een soort van een Scherp, ofvan eenbreed lint,t welk voorwaards van deschouders afhangt. De lengte van de-zen Scherp is wederom onderscheiden,na eens yders waardigheid of ampt;want het is de gewoonte van dit Hof,dat niemant zich laager buygt, dan dathet einde van zyne Scherp aan de vloerraakt. Der vrouwen kleeding aan hetHof van den Dairi is ook zeer zonder-ling en verschillend van die der waereld-lyke vrouwen ; maar inzonderheid detwaalf wyven van den Dairi zyn ge-kleed in zo veele kostelyke kleederen,geweven met Gou-0 z de

met

gevoedert,