io8 DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
dienen als Gerechtsdienaars en Schouten.In voorige tyden stonden zy onder ’t be-vel van de Burgermeesters, maar zederthun macht en gezag zeer besnoeyt is ge*worden, en dat der Gouverneurs toege-nomen tot haarlieden verderf , wordenzy inzonderheid gebruykt in dienst derlaatste. Hun getal bestaat uyt ontrent der-tig familien, in eene straat by malkanderwoonende, welke daarom word genoemtTJiooftmatz , de Stads-BoodenJiraat. Ditgetal groeyt aan , na mate dat de strikteen goede reglementen onder welke deInwoonders gehouden worden , aan-groeyen ^ en zeer onlangsth heest menvoor hen een nieuwe straat beginnen tebouwen, die genoemt zal worden Sint-Jioo/tmatz , dat is, de Nieuwe Stads-Boocle-Straat. Haaren naam is veel eerlykerdan hun bediening, welke voornament-lyk bestaat in straffchuldige te vervolgenen te vangen. Nu en dan worden zyook gebruykt inopenbaare ter doodbren-gingen, inzonderheid by onthoofding. Zyzyn alle goede worstelaars , en hebbenbyzondere middelen om met eene ge-zwindheid hun party te vangen en teontwapenen, hoe zeer hy op zyn hoedeis.Totuytvoeringen van hun Ampt dra-en zy altyd een strop by zich. Hunediening schoon gering en in der daadveracht, is vermaart in de rechten alsKrygskundig en Edel. Om deze redendragen zy twee houwers gelyk de Edel-lieden. Sommige onder hen zyn vanminder aanzien en worden genoemt Sadsi.Deze dragen alleenlyk een houwer. De
Zoónen volgen hun Vaders beroep, enkomen in haare plaats na haaren dood ,of zelfs noch by hun leven. r
Maar daar is by de Japoneefen geen eSberoep zo zeer veracht, als dat van de7 etta of Leertouwers , welker werk het ishet doode vee te villen, het leer te be-reyden en te touwen tot schoenen, muflen en diergelyke. Deze menschen zystverplicht het werk van Beulen te doen,de menschen te pynigen, en te dooden,
’t zy dat ze onthoofd, of gehangen zul-len worden of eenige anderen dood moe-ten sterven. Zy woonen afgezondert byeen in een Dorp buyten de Stad, nietver van de plaats des Gerechts, welkehier en overal in het Ryk aan de wést-zyde van de Stad legt, niet ver van deHeere weg. De Hoerewaarden zyn ge-houden, hen by alle ter dood brengingenhunne knechts te leenen.
De laatste van de openbaare bediendenis de klokluyder, wiens werk is de tyd d£te verkondigen, en de uuren bekent temaken , door de klok te luyden, de-welke om gemakkelykheid’s halven op-gehangen is aan de zyde van een berg,niet ver van den Tempel Daikoojt. Degroote Klok van dezen Tempel luydcalleen met het opgaan, en met het on-dergaan der Zon ; of by aldien ze tus-schen beide getrokken wordt, is het otst’tvolk te roepen om naar den Tempel tekomen,om tehooreneene verklaaring ofuytlegging overeenig zedelyk Gebodt,of van eene text genomen uyt een varihaare Godtvruchtige boeken.
Til. HOOfP'