2 . 52 .
DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
begeerden
Zyd’ryke Landschappen , ' en na dat\vy daar eens vaste voet gekregen had-den , konden wy de Japoneesers voor-zien met deze en andere Waaren, die zy, ruym zo wel ais de Span-en Poitugecsen. Ter dier tydtverkochten wy als noch onze Zyde enandere Goederen vry en zonder belem-mering aan den meestbiedende, en voer-den jaarlyks uyt een somme van zestigtonnen Gouds , meer of min, ( volgensden Nederlandschen manier van tellen,)dat is 6000000 van haare Guldens, ofmeer dan 500000 ponden St. Dit brachtm zeer groote voordeelen aan de Maat-ichappy, zelfs schoon sommige van dedoor ons ingebrachte Goederen op vernaar zo veel voordeel toen niet opbrach-ten, dan ze nu doen, en schoon dat deZeevaart m haar zelf toen veel gevaar-lylcer was en meer onderhevig aan Schip-breuk en verlies , voor zo veel als wyonzen streek niet namen, langs de vey-lige Kusten van China, toen noch nietvolkomentlyk bekent, maar dwarlchdoor de gevaarlyke en doodelyke Zeenomtrent Formosa en de nabuurige Ëylan-den. Onze voornaamste Hoofdsommebestond in dien tyd in Zilver, waar vanwy alle jaaren ten minsten uytvoerdenvan 1200 tot 1400 kisten, of 1400000 j1 halls , ’t welk een lomme uytmaakt van4900000 Guldens, (of omtrent 450000pond St., ) iotntyds waren onze winstennoch veel grooter en beliepen tot zesMillicenen. Dit was de eerste en GoudeEeuw van onzen Koophandel in ditLand, geduurende welke wy volle vry-heid genoten, om van onze Goederen tebeschikken ten meesten voordeele , enzulks uyt krachte van een voorrecht,aan ons verleent ondèr het groot Key-zerlyk rood Zegel , in het jaar i6ix,door den toenmaals regeerenden Keyzeryjejas , anders genaamt Ongofchïo , en nazyn dood Gonginfama, Dit voorrecht ( ’twelk ingevoegt is in het laatste Hoold-stuk van dit Boek, en afgebeeld in de2,0 Tafel ) waar by , aan ons verguntwierd vryelyk. en zonder hindernis onzeGoederen in te brengen en te verknopenwanneer, en in welke gedeeltens van hetRyk ’t ons behaagde , wierd naderhandin ’t iaar 1619, op ons eige verzoek ver-nieuwt door zyn Zoon en OpvolgerFidetaàa , die na zyn dood genoemtwierd Teitokujin , hoewel in cenigzins
min voordeelige bewoordingen en be-stempelingen: En nochtans schoon opdien tyd alles scheen wel te gelukken naarharten wensch , hadden wy echter zeerveel zorg en moeyte te ondergaan, veele 1
quelachtige moeyelykhedert over te k»men, en menigvuldige harde en onrede-lyke eysschingen of tegen te houden, °top een voorzigtige wyze , en met eeögoedvindelyk gelaat zachjens te weige-ren. De Spanjaarden en Portugeesslieten niets ter waereld na om ons e slonzen Handel uyt te roeyen, door onste lasteren en aan ’t Hof zwart af te maa-ien , ons noemende Zeeroovers, Rebel-len regens haare Spaansche Regeering,Bespringers van de indiaansche Koninlt-ryken , Verdrukkers van /onze’WettigeOpperheeren en diergelyke meer. Wywierden smaadelyk bejegent in de aller-verbitterste en lasterlykste bewoordin-gen, om dat wy gelyk de Castiliaanen,geloofden in Christus, en deshalven oMdíe eene zaak alleen , moesten schuldigzyn om ten eenemaal alle gunst aan ’tHof te verheien. Men moet bekennen»dat het de vrees was, van uyt dezenOphir verstoten te worden, gelyk dit lotreeds den Portugeesen te beurt gevallenwaf, welke ons nootzaakte in het jaaf16M de Japoneefen te helpen in ’t belegvan Shnahara , en in de ombrenging vanveele duyzenden van Christenen, ( wel-ken de wanhoop en vrees voor pynigin-gen genootzaakt had zich in die plaats opte lluyten ) , en van dien tyd af na telaten in ’t openbaar te bidden en psal-men te zingen, en alle uytwendige teke-nen van den Christelyken Godsdienst tevermyden; Eyndelyk om in het jaai1641. na dat de Christelyke Religie by-na volkomentlyk was uytgeroeyt in J a 'pan , en dat de Castiliaanen en Portuge^lën uyt het Land waren verdreven, osl'ze Factory en nieuw gebouwde Pak'huylên tot Firando , te verruylen tcg e!lhet Eyland Desima , in de HaaveNagasaki , en met het verlies vanvryheid , en de vrydom welke wy t°jhier toe genoten , onder een toegeve 111 'Beschermer , ons zelven te bepaalen o sl 'der het naauw toezicht van de talryV ,Bewaarders van deze Gevangenis. , KiMenigvuldige redenen hielpen
toe, om ons aan ’t Hof verdacht est
haat te maken , en veroorzaakten ein (lyk de droevige verwistèling welke j ( vter dier tyd ondergingen ; maar de bestdénis die wy deden van den Christelyj^Godsdienst , was een der voornaatw, ’zynde ’t ganfehe Hof in den uytteb^graad tegen dezelve verbittert, alsalgemeene fchaade, en de eenige ooi^van den ondergang en ’t verderfveele duyzende , van des Keyzers tderdaanen ; en miflehien zoude het ^ons onmogelyk zyn geweest ons ze pet