Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
265
JPEG-Download
 

VAN JAPAN. IV. Boek.. \ III. Hoofdst. 2.6y

'wordende door ’t Scheepsvolk , ’t welkweder volgens de overgegevcne Lyst by<len aankomst van onze Schepen, wordgemonstert. Het Schip zeylvaardigZynde, moet op dat eige öogenblik deAnkers opwinden , en twee uuren vande Stad gaan afleggen, naar den mond vande Haave, alwaar het moet blyven totdat de andere Schepen op dezelve wyzegelaadcn zyn. Wanneer alle de naarhuysgaande Schepen by elkanderen zyn,gaanZy op reys, en na dat zy in volle Zeez yn getaakt, op een bequaame wydteVan de Haave , verlaten haaf de Japan-fche Scheepswachten, die haar altyd by-geblevenzynvan haaren eersten aankomstl °t dien tyd toe, en keeren wederom naarde Haave. Indien de wind de uytgaandeSchepen tegen is, boegièeren een grootgetal Japansche Roeyschuyten met eenïonw aan dezelve vastgemaakt, haar metkracht naar buytcn, het eene Schip voorket andere na. Want des Keyzers be-velen moeten worden uytgevoert inWeerwil van wind en wëeder, al zoudende Schepen gevaar loopen van schipbreukd te lyden.

Ik kome nu tot de Historie van dehoven .genoemde ter doodbrenging, waarmede ik voorgenomen heb dit verdrietigHoofdstuk te fluyten. Op den tiendenvan Wintermaand ’s ochtens vroeg, lietde regeerende Stadsvoogd, eertyds ge-noemt Gtnsejemon , nu Tsino Cami dooi-den Ottona van ons Eyìand aan onzenDireffeur aanzeggen van zich met de an-dere Nederlanders gereedt te houden,°m de Misdadigers te zien rechten. On-trent een uur daar na quamen over dehdryke Schaaren van onze Tolken,Huysheeren , Koks , en den geheelentteyn van Desima , met de Schouten ena ndere Dienaars van ’t Gerecht, in allesten minsten uytmakende een getal van^°o Perloonen. Voor’t Gezelschap wierd& e dragen een Piek, niet een Tafel, waarde misdaad, waar over de schuldigen

° n den gestraft te worden , uytgedrukt. in gvoote Letteren, op dat een yge-j^k ’t zelve van verre zou kunnen leien.

aar op volgden de twee Misdadigersd^Tr'gt met Schouten. De eerste was

tw‘ • °P er ■> een J bn S m£

tw

Was

Lman van drie-er

lnt >g jaaren , by wien de Kamph.gevonden , toen hy dezelve zoelfleK te ncmen buyteri het Eiland zett gekleed zynde. De tweede zad e . Zeer Wel uyt, en was wel in de kle<al] 160 ’ ontrent veertig jaareii oud, d:cens 11 ^ocst sterven, om dat hy aan dep en , die eertyds knecht by hem weC c st, geld geleent had om de Kam

pher tè koopert. Een van de Schoutendroeg voor uyt recht om hoog een werk-tuyg , gemaakt gelyk een Hark , metyzere haaken, in plaats van tanden, omzich daar van te bedienen, indien een derMisdadigers mocht ondernemen te vluch-ten , om dat het lichtelyk in ymandskleederen vast houdt. Een ander droegeen ander werktuyg, bequaam om méte houwen, te steeken, en ymand-dichttegen een muur aan te rygen. Toenvolgden twee Amptenaarenvail des Gou-verneurs Hof met hun gevolg, als Ge-volmachtigden , om by deze uytvoeringdc eerste plaats te bezitten, en een wei-nig verder van haar af volgden tweeKlerken. In deze ordre gingen zydwarsch over ons Eyland naar de Ge-rechtsplaats. Wy Nederlanders, zevertin getal ( zynde onze Schepen reeds ver-trokken ) bdloten niet dichter by te ko-men s Maar onze DireEleur raade ons tegaan, om dat hy gehoort had, dat indiertwy niet wilden, wy met geweld daartoe zouden worden gedwongen. íkvolgde dezen raad, en ging zonderuytstel om ’t Gerecht te zien uytvoe-ren. Ik vond de twee Misdadigers ophet midden van de plaats, de een achterden ander knielbnde, met ontbloote schou-ders , en de handen op den rug gebon-den. Elk had zynen Scherprechter byzích staan , de een was een Leertouwer(want de Leertouwers doen in dit Landhet werk van Beuls) de andere zyn besteVriend en Kameraar, wien hy ernstigverzocht had, gelyk ’t de gewoonte indit Land is, door hem dezen dienst tedoen, de vriendschap die hy altyd voorhem had gehad te bevestigen. Op de wyd-te van ontrent twintig treden van deMisdadigers, zaten de twee Gemachtig-den op eert bank, en de twee Klerkenop eert andere. Een derde wierd open-gelaten voor onzen Dir's&eur , die even-wel niet verscheen. Alle de andere ston-den zonder onderscheid onder een waarzy wilden. Ik zelf drong mét tnyn Ja-parische Knecht zo diep door naby deMisdadigers als ik kon. Midlerwyl datmen na de overige Neer!anders uitzag,hoofde ik een zeer ongemeen gesprektustchen de t\Vee Quaaddoenders. Wanttoen de Oudste binnen ’s monds zynQuarmonjo prevelde (Quanviohjo is eenkort gebed aan den Honderd -HàndigenAfgod , door de Japorieeiers Quanivongenoemtdit Gebed is genomen uytFatznomaki, liet achtste deel van ’t groo-te Boek Fakrjo , ’t welk bestond uyt 48Deelen) bestrafte de andere, by wien ik’t naaste stond , hem in de volgendeL 1 woor-