ìo 6 , DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
als zyn de Heeren van Satzmna , Ccmgo ,Owari , Kynokuni , ende Mito . maar al-leenlylc van deze der andere DaimiiPs ,waar van wy’er verschelde ontmoet heb-ben op onzen Reys naar ’t Hof ; te meerom dat zy ffechs weinig van den ande-ren verschillen , uytgezondert alleen inde Wapenschilden en byzondere Pieken,en eenige goeddunkelyke order op dentocht, en in ’t getal der Handpaarden,Fassanbaks , Norimons , Cangos , en dezerOppaslèrs. -
1. Groote benden van Voorloopers,Huysbestelders, Klerken , Koks , enandere minder bedienden beginnen dentocht, moetende bezorgen huysvesting,spy.sen, cn andere nootwendigheden, totonderhoud van haaren Prins en Meestermet zyn Hofgezin. Deze worden ge-volgt door.
2. ’s Prinstèn zwaare Bagagie, gepaktof in kleine Kosters zo als ik boven be-schreven |heb, en op Paarden meegevoert,yder met een Vaan voerende den Naamen ’t Wapenschild van den Eigenaar ; ofanders in groote Kisten bekleed met rootverlakt leeder, insgelyks met het wapenvan den Bezitter, en op Menichen schou-deren gedragen, met menigten van toe-zienders om op dezelve te pasten.
g. Zeer veele kleiner treynen, behoo-rende tot de hoogeAmptenaars en Edelendie den Prins verzeilen met Pieken,Zwaarden , Boogen en Pylen, Zonne-schermen, Palankins , Handpaarden, enandere tekenen van hun groote staat,overeenkomstig met haare Geboorte,Hoogheid en Ampt. Sommige dezerworden gedragen in Norimons , andere inCangos , en andere ryden te paard.
4. ’s Prinssen eige talryk gevolg, trek-kende in een wonderlyke íchoone ordre,en verdeelt in vericheide benden , ydergeleyd door een eige Bevelhebber : Ge-lyk (1) vyf, meer of min Handpaarden,yder geleyd door twee Stalknechts, aanyder zyde een , en twee Voetknechtendaar achter gaande. (2) Vyf of zes, enlomtyds meer Dragers of Kruyers, kos-telyk gekleed , gaande een vooreen, endragende Fassanbaks , of verlakte Kisten,en verlakte fchoone Kosters en Korvenop hunne schouders, in welke zyn deTabbaarden, Kleederen en andere op-tooyfclen , nodig voor ’t dagelyks ge-bruyk van den Prins, yder drager wordverzelt door twee voetknechten, die zynvracht by beurten op zich nemen. (5)Tien of meer Gasten, wederom een vooreen gaande, voerende kostelyke Zwaar-den , Pieken van Staat, Schietgeweer,en andere Wapenen in verlakte boute
Dooien, gely k ook Pylkookcrs met boogen pylen. Somtyds zyn ’er om grootepracht te stoonen meer Fassanbaks Dragersen andere Handpaarden, die dezen tropvolgen. (4) Drie of meer Mannen , diede Staats Pieken dragen, als tekenen vastdes Prinstèn macht en gezag , boven aan’t eind vcrciert met bondels van Haane-veeren , of zekere ruuwe Huyden , ofandere by^ndere optooyfclen, aan dezenof geenen Prins eigen. Zy gaan eenvoor een, en worden yder verzelt dooitwee Voetknechten. (5) Een Heer,dragende des Prinstèn Hoed , welkenhy draagt om zich zelf te beschutten’ voor de hitte der zon, en die bekleed ismet zwart Fluweel. Deze is insgelyksverzelt door twee Voetknechten. (6) EenHeer , dragende des Prinstèn Somberiroof Umbrello , Zonnescherm , insgelyksmet zwart Fluweel bekleed, en verzeltdoor twee Voetknechten. (7) Eenigeandere Fassanbaks en geverwde Kosters,bekleed met gevernist Leeder , met desPrinstèn Wapen op dezelve, yder mettwee Menschen om dezelve te bewaaren.(8) Zestien , meer of mindere PrinstenPagies en Ramcrheeren , kostelyk ge-kleed, gaande, paar aan paar voor zynNorimon. Deze worden genomen uyt deAanzienlyltste van zyn Hof. ( 9 ) DePrins zelf zittende in zyn staatelyke No-rimon of Palankin , gedragen door zes ofacht Mannen,in ryke lieveryen gekleed,met verschelde andere aan de zyden naastde Norimon gaande, om ze by beurten tedragen. Twee of drie Kamerheeren vanden Prins gaan ter zyden den Norimon >om aan hem te geven ’t geen hy eifcht,en hem te helpen en te ondersteunen in’t uyt en ingaan van den Norimon. (10)Twee of drie Paarden van Staat, deZadels met zwart bekleed. Een vandeze Paarden draagt een groote Leunof Armstoel, die somtyds bekleed is metzwart Fluweel, en geplaatst op eenNorikako van het zelve stof. Deze Paar-den worden verzelt door verschelde Stal-knechts en Voetknechten, alle in lieve-rey , en sommige worden geleyd doordes Prinstèn eige Pagies. ( r 1 ) Tw &Piekdragers. (12) Tien of meer Men-fchen, dragende yder twee Mandtjesl svan een wanstallige gedaante, vastgf'hegt aan de eindens van een stok,zy op hunne schouders op zulken W) r 'ze dragen, dat het eene Mandtje vofkhen en het andere achter hen haoZ^'Deze Mandtjens zyn meer voor staatss»dan tot eenig gebruyk. Somtyds g aiJ)J’er eenige Fqffanbak Dragers tuslehen ^in, om den hoop tc vermeerderen, r'f