Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
327
JPEG-Download
 

\

VAN JAPAN 1

in de Provintie Fisin. Maar inzonderheidde Bewoonders der Bergen vonden wytegen verwachting by uytnementheid be-leeft en zeedig ; Den gantfchen dag had-den wy nergens eenig Vee zien weyden,uytgezondert eenige weinige Koeyen enPaarden om lasten te dragen, en te ploe-gen. Ik zag twee andere Óje vaars, deonze in Europa zeer gelykende. In 't af-gaan van den Berg Fiamitz vonden wyde Velden omheint met Theeheesters,totop omtrent acht treden van den weg.Zy maken zo veel voordeel van dengrond in dit Land, dat zy de Thee zelfgeen andere plaats willen gunnen, danrontiom de Akkers.

Op Zaterdag den zeventienden vanSprokkelmaand een reys af te leggenhebbende van dertien mylen, tien teLand naar Kokura , en drie te water naarSimonosiki , togen wy op het pad voorden dag aanquam met ontstoke flambou-wen gemaakt van schaafsel van den Bam-bous. In den voormiddag trokken wydoor Tababukuro een Dorp van eenigehonderd huysen, en door eenige kleinebuurten , wy wierden ook overgevoertover twee ondiepe ibellbopende |Rivie-ren in platte Praamen of Booten,en vyfkleine Japansche mylen gereyst hebbende,quamen wy aan het Dorp Kujanoffe , be-staande uyt twee of drie honderd huy-sen. De twee voorgenoemde Rivierenloopen in een, een weinig aan deze zydevan Kujanoffe , langs welk Dorp dé ver-eende stroom vliet en daar van genoemdword Kujanoffe Gawa. Na den eetenvervorderden wy onzen reys met vers-sche Paarden, rydende ontrent een halvemyl ver langs den Oever van deze Ri-vier. Twee mylen verder quamen wyaan het Dorp Kurofeki ’t welk aan denNoorder Baay legt, gelyk zy ’t noemen,Cn bestaat uyt twee of drie honderd huy-stn of liever hutten , gelyk ook de mee-ste Vlekken uyt hutten bestaan. Wy re-den langs eenige Koolmynen , welke zy°ns toonden als iets buyten gemeens. TotKaros aki kreegen wy weder verflchePaarden en anderhalve myle voortgereysthebbende , quamen wy aan twee anderesteene Grenspaalen, met letters op dezel-^ e > staande de Pylaaren ontrent tien tre-dçn van elkander, dewelke de Rechtsge-bieden van ffikufèn en van Kokura vanscheiden. Een kleine myl verder be-Wykten wy Fyomi, een klein Dorp na-°y Kokura , en vaft hief rieden wy deStad Kokura zelf in, verzelt door tweeKonjos ofEdellieden van ’t Hof des Prin-< ' I_1 van Kokura. Wy trokken recht toeh aa r onze Herberg , dié in het derde en

T . Boek VII. Hoofost. 327

verste gedeelte van de Stad legt, aande andere zyde van een brug. De Her-berg was overvloediglyk voorzien metallerley soorten van Lyfbehoeftens, enis zeer aangenaam gelegen, hebbende eenschoon uytzicht over een groote vlakte.

Kokura legt in- de groote Provintie Kokura.Busien. Eertyds was ze een ryke en volk-ryke stad, maar zedert dat de Heerlyk-heden daar om heen verdeelt zyn ge-worden onder verschelde Prinflèn, is zezeer vervallen van haare aloude luyster.

Ze legt niet ver van de Zeekust, enstrekt zich uyt ontrent een Japanschemyl in de lengte van ’t Oosten naar ’tWesten, makende een langwerpig vier-kante gedaante. Ze bestaat uyt vier dee-len , een groot Kasteel, de wooningvan den Prins, en drie Steden, of lie-ver drie gcdeeltens van eene Stad vanelkanderen afgescheiden. Het Kasteelbestaat een groote vierkante plek Lands,en is omcingelt met Grachten, en laageWallen, gebouwt van Hardsteen van deFondamenten af, en versterkt of liever ,opgepronkt, naar de manier van hetLand , met houte Bolwerken?, voorna-mentlyk naar de kant van de Rivier.

In ’t midden van het Kasteel is de woo-ning van den Prins, omvangen met eennette, witte muur. Op een tooien van zesverdiepingen hoog zyn eenige weinigestukken geschut geplant, het gewoonlykteken van.een ’s Prinsten Zetel. In ditKasteel woonde, toen wy daar quamen,Ungafowara ukon no Cami , Prins van Ko-kura en deszelfs klein Gebied. Zyn jaar-lyksche Inkomsten bedragen niet over devyftien Mangokf. De Stad en yder gedeel-te van dezelve is van een vierkante ge-daante. Yder Poort heeft twee grootedeuren,en staan tuflehen twee vaste muu-ren uyt vierkante steenen gemetselt. Naastyder deur stond een open wachthuys metdrie Soldaaten in yder. Daar waren ookzes Pieken geplant, aan ’t boven eindverciert met bóndels van zwart paardenhaair. Binnen in zagen wy drie Heerenstaatelyk zitten , wel uytgedost, methunne aangezichten naar de deur. Dehuysen zyn klein en laag, en de straa-ten breed en wel geschikt, van welkesommige zuyd en andere westwaardsloopen. In deze Stad zyn verscheldegroote Herbergen en Gaarkeukens, metverheve Haarsteden en Roosters niet on-gelyk de onze in Duytichland, gelykook met Baden en fchoone Hoven ach-ter de Huysen. Door de Stad loopt eenRivier van het Zuyden naar het Noor-den , deszelfs derde en afgelegenste ge-deelte afzonderende van de twee eerste en

' van