VAN JAPAN, V. Boek. IX. Höofdst.
337
IX, hoofdstuk,
Onze reys van OsâcCá naar Miaco, de Zetel van de GeejlelykeErf-Kêyzers , benevens^ eene befihryv'mg van dezebeide Steden .
ïj^lwy. Sacca is een ván de vyf groote Key-zerlyke Steden. Ze legt gemakke-lylc en plcyzierig in de ProvintieSetzu , in eene vruchtbaare vlakte , enaan den Oever van een bevaarbare RivierOp 34'. graaden 50 min. Noorderbreedte.Aan de Oostzyde word ze beschermtdoor een sterk Kasteel,en aan de West-kyde door twee sterke en machtige Poor-ten , die dezelve afscheiden van haareVoorsteden. Deszclfs lengte van ’t Wes-ten naar het Oosten , dat is , van deVoorsteden tot het bovengenoemde Ka-steel is tustchen de drie en vier duyzend!>; gemeene treden. Ze is iets minder inbreedte. De Rivier Jedogawa loopt langsde Noordzyde van de Stad van het Oo-sten naar ’t Westen, en ontlast zich be-neden de Stad in de Zee. Deze Rivierbrengt onnœmelyke schatten naar dezeStad, waarom ze wel verdiend , dat ik’er eene korte beschryving van geeve.Zy begint anderhalve dagreyzens vandaar ten Noord-Oosten uyt een Binnen-landsch Meyr, gelegen in de ProvintieOonii , ’t welk, naar luyd der Japonee-sche Historien , in eene nacht opquam,Zynde dien plek Lands, welken het nubeslaat,door eene geweldige aardbeevinggezonken. Zy spruyt uyt dit Meyr na-by het Dorp Xftumofas , alwaar een dub-belde prachtige brug over dezelve legt,die tweevoudig is van wegen een kleinPyland, dat tustchen beyde legt, op hetWelk een der twee bruggen eindigt, ende andere begint. Dan loopt ze langs dekleine Steden Udsi en Jedo , van welkeWtste zy haaren naam draagt, en dusv °ort tot Ojacca. Omtrent een myle^eegs boven de Stad, zend zy een van■We armen uyt recht naar de Zee :Dit gebrek, zo het een gebrek mag^°rden genoemt, word vergoed doortwee andere Rivieretl, Jamattagawa enFdanogawa , welke beide even boven deStad aan de’ Noordzyde van het Kasteel*ch in dezelve ontlasten , alwaar staa-iclyke bruggen over dezelve leggen. De^reende stroom een derde gedeelte vane Stad befproeyt hebbende * word een
gedeelte van deszelfs wáter dóór eedbreede gracht afgeleyd, om het Zuydergedeelte der Stad te voorzien,welke ookhet gróótste is, en alwaar de rykste In-gezetenen woonen. Tot dit einde wor-den 'er verscheide kleinder grachten af-geleyd door sommige der voornaamsteStraaten. Andere brengen het water we-der te rug naar de Rivier. Deze zyndiep genoeg om bevaaren te worden doorkleine schuyten , die in de Stad kunnen'komen , en de Goederen tot voor dehuyièn der Kooplieden voeren. Alle de-ze verscheide Grachten loopen langs deStraaten, en zyn alle zeer ordentelykaangelegt, gelyk ook van eene bequaamebreedte. Meer dan honderd Bruggen,van welke zeer vcele ganfeh fraay wa-ren, zyn over dezelve gebouwt. Som-mige zyn waarlyk modderig en niet al teschoon uyt gebrek van een genoegzaameveelheid en stroom van water. Een wei-nig beneden het uytlooperl van den voor-noemden arm, die de Stad voorziet vanwater, komt een andere aan de Noord-zyde van den grooten stroom , die on-diep en onbevaarbaar is, doch met eenegroote snelheid westwaards afloopt, eneindelyk zich zelf verliest in de Zee vanOjacca. De middelste en groote stroomvervolgt zyn loop door de Stad, aanwelkers beneden einde hy zich naar ’tWesten draayt , en de Voorsteden errDorpen befproeyt hebbende , door ver-scheide zydtakken , ontlastze zich einde-'lyk door veele monden in de Zee zelf(ziet de 2.8 Tafel.) Deze Rivier is inder daad naauw do'ch diep en bevaarbaar.Van deszelfs mond af tot aan O sacca cnrnoch ho'oger zyn zelden minder danduyzend Schuyten , die op en neer vaa-ren, sommige met Koopluyden, anderemet Prinslèn en Heeren van ’t Ryk,die ten westen van Ofacca woonen, wan-neer zy naar ’t Hof reyzen, of van daarwederkeeren. Aan weerkanten van dcOevers heeft men trappen van tien ofmeer treden, in ’t rauw gehouwen uytHardsteen, zo dat zy gelyken als eenetrap, en dat men kan landen waar menV v wik