Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
354
JPEG-Download
 

Jokaítz.

Beedel-

Nonncn.

DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS

z 54

rén byna honderd huysen aan de andereZyde van de Rivier gebouwt, dewelkeden naam aan dit Dorp geeft. Het Landdat wy dezen dag doorreyst hadden, wasvoor ’t meestendeel schraal en bergachtigmet hier en daar een middelmaatig goedplekje Lands. In de twee laatste myienvan 1 fitstiki tot Jokaitz begint het redelykvruchtbaar vlak en laag, en overvloedig,voornamentlyk in Ryst, niet ongelyk deProvintic Fisen. Even voor dat wy aanonze Herberg quamen, reed ons voorbyin groeten haast een Keyzerlyke Afge-zant , die naar den Dairt was gezondengeweest. Hy was op zyn te rugreys vanMiaco naar -jedo , welke reys hy volgensbevel in acht dagen doen moest. Hywas een Persoon, die 'er zeer fraay uyt-zag. Zyn treyn bestond ín twee Norimom ,verschelde Piekdragers , een gezadeltPaard, dat geleyd wierd, zeven Knechtste paard en een te voet. jokaitz is eenrede!y ke groote stad van omtrent duyzendhuyfcn : Ze heeft verschelde goede Her-bergen, in welke de Reyzigers,by uyt-nemendheid wel onthaalt worden ; wantde Inwoonders moeten zich geneeren omde kost te krygen ten deelen door her-berg te houden , en ten deelen door ’tgeen de nabuurige Zee, bcspoelende> deZuydkusten aan welke de' Stad staat,uytlevert van Visschen, Krabben,ondcr-zeefche Planten en diergelyke. Onderde Pelgrims, die wy dezen dag ontmoe-teden, was cenc Vrouw wel gekleed inzyde, sterk geblanket,leydende een oudblind Man, voor wien zy beedelde ; ditoordeelden wy een ongemeen vreemd ge-zicht. W y ontmoeteden ook verscheldejonge BikunPs , een soort van Beedcl-Nonnen (van welke reeds iets gesprokenis in ’t vyfde Hoofddeel van dit Boek )dewelke deReyzigers vrindelyk aanspra-ken om een aalmoes, zingende sommigedeuntjens om haar te vermaken , dochop een zeldiaame wonderlyke toon entrant. Zo lang als men wil, zullen zyom een klein winstje by u blyven. Demeeste dezer zyn Dochters van de Jam-viabos of Bergprìe tiers , en ingezegent alsLusters vast deze Heylige beedelorde,door haare hoosden geschooren te heb-ben. Zy gaan zindelyk en wel gekleed,dragende een zwarte zyde hoed op haaregeschorc hoofden , en noch een lichtehoed over dezelve heen, om haare aange-zichten te dekken tegen de hitte der Zon.Haar gedrag is in alle opzichten zedig enopenhartig, noch te stout en te wild ofte los, noch te zeer verflagen en te be-deest. Wat haare Perfoonen aanbelangtzy zyn zo schoon als men 'er eenigc in

dit Land zien zal. Met een woord degehecle vertooning gelykt meer na eenblyfpel, dan na een beedelaary van arm enbehoeftig volk. Het is in der daad waai',dat haare Vaders nooit konden uytzendenom te beedelen eenige andere Perfoonen,die daar toe bequaamer waren , nadien zyniet alleen weten hoe zy de Reyzigersaan de beurs zullen komen , maar ookaanlbkfelen en schoonheden genoeg be-zitten , om hen te verplichten aan haarverdere goede minnelyke diensten te doen.Tot 'onderscheiding van andere Beedel-Nonnen worden zy genoemt Komano Bi -kmi , om dat zy altoos. twee aan tweegaan, en elk paar haar gezette plaats heb-ben op de wegen hier omtrent. Zy zynverplicht jaarlyks een zekere somme uyt’t geen zy door ’t beedelen winnen , opte brengen aan den Tempel tot Is je , bywegen van een Cyns.

Op Maandag den vytden Maart reedeilwy van Jokaitz met het opgaan der Zon.De voorgenoemde Keyzerlyke Gezantwas omtrent middernacht van deze plaatsvertrokken. Ten elf uuren ’s voormid-dags quamen wy tot Quano , hebbendeafgelegt drie myien, reyzende door eenvlak vruchtbaar Land. Wy reeden dooitien Dorpen, en over verfcheide Rivie-ren , van welke 'er twee waren , daarBruggen over lagen de eenc van honderden vyftig treden lang; de andere Rivie-ren waren wy genoodzaakt te doorwaa-dcn. De verfcheide Dorpen heb ik terncergestelt in de Kaart van onze reys,en gaa derhalven stilzwygens derzelvernaamen verby, te meer, nadien my nietsmerkwaardigs voorquam, ’t geen ik nietop andere plaatsen reeds aangeroert heb.Alleenlyk merkte ik aan, dat men in hetDorp Navi de Jamaguri Oesters braaddeover een vuur van pyn-nooten, en dezel-ve den voetgangers aanbood te verkoo-

P en .

Kwwuna Kfiana of Quano is een zeergroote Stad, en de eerste in de ProvintieOivari ; ze legt aan een groote ruyMCichoone Haave , of liever Baay van de •Zuyderzee, die een groot gedeelte hstLand inloopt. De Stad bestaat uyt driedeelen als zo vcele verscheidene steden-Wy hadden volle drie vierde deelen vaneen uur werk eer wy aan onze Herbergquamen, dewelke legt aan her uytterft eeinde van ’t derde gedeelte. Het eerstegedeelte van de Stad is omcingelteen hooge Wal en Grachten, gelyk °° ivis het derde. De Poorten zyn sterk el ’wei bewaart., Het tweede of midden g e

deelte, heeft geen Wallen , maar is-1--— 1 . —.... ~.. n de net

eenemaal omcingelt met water,zyn

Lan-