Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
355
JPEG-Download
 

VAN JAPAN.

Land vlak en vol Rivieren. Aan deZuydzyde van het derde deel staat hetKasteel en de Wooning van MatzindairoJetzu Cami , in ’t water geboüwt. (Zietde 33 Tafel de 14 fig.) Deszelss muurenzyn zeer hoog , met schietgaten daar : ingebroken , nbtjens gedekt met een dak.Op kleine tust'chenwydtens van elkande-ren zyn Schilderhuysen gebouwt. DitKasteel beslaat een groots vierkante plekLands. De Oostzyde alleen is een wei»ig rondachtig. Een diepe groote Grachtscheid het zelve af van de Stad , overWelke om gemeenschap met elkander tehebben, twee bruggen zyn gelegt,. DrieZydcn van het Kasteel worden door deZee beipoelt. In het midden van hetKasteel is een vierkante witte Tooienmet verschelde verdiepingen zeer hooguytsteekende, welke verdiepingen na degewoonte van ’t Land gedekt zyn metzo veele daken , ’t welk zeer veel toe-brengt tot de schoonheid van de plaats.Dit Kasteel wierd gebouwt door denKeyzer Gengoin , Oom van den tegen-woordig regeerenden Keyzer , die eennatuurlykc afkeer hebbende van de vrou-welyke Sexe , maar wel voornamentlykvan de Keyzerin , zyne Huysvrouw ,beval, dat zy met alle de Mevrouwenvan haar Hof, en met de eige Minnedes Keyzers, den overigen tyd van. haarleven in het zelve zouden doorbren-

gcn.

Tot Quano gegeten hebbende, en hetweder zich schoon voor doende na eenlustige regenbuy , verlieten wy omtrentd«n middag deze plaats, en gingen metonze Paarden en Bagagie in vier Sche-pen , die ons moesten overbrengen naarMia, ’t welk zeven en een halve myl isgelegen van Quano. De groote RivierSaijab ontlast zich in de Zee naby eenDorp van dien naam, omtrent drie my-len van Quano af. Menigte van houtvlot-ten zakken deze Rivier af uyr de Pro-vintie O tv ar i en van andere plaatsen. DeHaave is zeer ondiep en vol modderigebanken die by laag water vier of zesvoeten boven steeken. Deze ondieptennoodzaakte ons de vier groote booten,die wy voor onzen tocht hadden ge-buurt , te verlaten , omtrent een uur,eer wy tot Mia quamen , en ons tebedienen van kleiner tot overvoering vanOns en onze Bagagie, tot aan die Stadtoe. Deze kleine Booten wierden ge-trokken, of liever voortgeduwt over delodderige banken, door middel vanbambous stokken, zynde voor yder bootgeschikt twee Mannen, de een voor enGander achter. Die zonderling slag van

V. Boek. X. Hoofdst. 3 $$

' vaaren , schoon het aan ons, Vreemde,lingen , die zulks niet gewoon waren,

I zeer koddig en belachdyk voorquam,

j ging evenwel zeer wel voort, zynde debovenste slyk zeer zacht en glad , dcgrond hard, en de schuyten klein, nietmeer dan zeven os acht menschen in-houdende , en ook wel minder, indien’er eenige goederen mede ingelaaden wa-ren. Dus quamen wy tydelyk tot Miaomtrent twee uuren voor Zonnen onder-gang. Wy vonden meer dan vysng Vaar-tuygen naby de Stad op ’t anker. hoe-wel omtrent een halve myl van dezelveafgelegen , wegens de ondiepte van deHaave. De weg te Land van Quano naarMia is veel beter , maar langer, zyndehet alleen tien mylen van het Dorp Sajabtot Mia. Gemerkt dit zo is, behoevenwy ons niet te verwonderen over Ulys-ses en zyne Zeelieden , dat zy somtyds,wanneer het de gelegentheid vereiseht,hunne Scheepvaart te Land vervolgden,gelyk Rudbek daar van schryfc in zyneAtlmtica Tot op dezen huydigcn dag, v °orbeel-geschied het zelve by de Kust k km , die s™eeps-haarc Booten trekken van de Rivier vaart o vetDanau over Land naar de Wolga naby Band.de Stad Zarich. ín myne reyzen doorMoscovien in Verfien gebeurde het, datjuyst daags te vooren voor onze komsttot Zartcb 800 Kosakken haare Booten opdeze wyze overgebracht hadden van denDanau naar de Wolga , met voornemen omdeze Rivier af te zakken, om hunnevyanden de Kalmukkische Tartaren te ver-volgen , en den buyt, die zy hen ont-nomen hadden, te ontnemen. Doch omweder te keeren tot ons eige voorwerp.

Mia heeft geen Wallen : Daar is slechseen lompe Gracht in ’t inkomen en in’t uytgaan. Het is zeervolkryk en grdbt,doch niet ten eenemaal zo groot alsQuano , bestaande alleenlyk uyt omtrenttweeduyzend huysen. Aan de rechter-hand is een vierkant Paleys, op de ma-nier van een Kasteel gebouwt, waar iode Keyzer zyn verblyf neemt, als hy opreys is naar Mietco, gelyk ook doen som-mige der Grootste Prinsten wanneer zynaar of van het Kof reyzen. De ftraatenloopen kruysweegs over een, met z®veel geschiktheid als de gesteldheid dergrond het kan toelaten. Eene langeStraatof ry huysen loopt van nabytwee mylen van Mia en eindigt totNagaya , de woonplaats van den Hfeerevan dit Landschap , die een Prins isvan Keyzerlyken bloede. Het Kasteelwaar op hy woont word het derde in’t gantfche Ryk gerekent om deszelsssterkte en uytgestrekthcid. Met de uyt-Yy z terste