Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
358
JPEG-Download
 

3*8 DE BESCHRYVÏNG EN GESCHIEDENIS

Haave vanArray.

ren van alle de Prinslèn van het Ryk,worden te Jedo de Keyzerlyke Hoofd-stad gehouden , als Pandslieden voor degetrouwigheid van haarc Mannen , envan haare Vaders. Wat aangaat de uyt-voer van Wapenen , daar tegen is eenvolkome en krachtdaadig beletlêl in denweg gelegt, uyt vrees dat indien ze ineenige merkelyke veelheid wierden uyt-gevoert sommige dezer Prinilèn dezelvemochten opvatten en rebellyen verwek-ken tegen de Regeering, zo als ze nu isvastgestelt. Wat aanbelangt onze Goede-ren en Bagagie , die wierden niet geo-pent, maar slechs overgezien. Alleenontmoetede myn Adofski of Koffer ’t welkachter de Zadel van myn Paard gebon-den was, eenige zwarigheid van wegenzyne zwaarte, ’t welk hen deed vermoe-’den, dat ’er iets buytengemeens, en voorzo veel zy meenden, Wapenen in ’t zel-ve mochten verborgen zyn ; Doch na hetgeven van eenige redenen ontquam hetnoch van losgemaakt en geopent te wor-den. Zynde dus onderzocht, versche-nen wy voor de Keyzerlyke Gevolmach-tigden , die ons zeer beleefdelyk ontfin-gen, en zonder eenige zwaarigheid ver-lof gaven om te vertrekken, wanneer wywilden ; Daar op gingen wy aanstonds >aan boord van een Keyzerlyk Plcyzier-Jacht, om ons te laten overzetten aan dc ,andere kant van de Haave by het Dorp iMyafacka , ’t welk slechs een halve myle ivan Array legt. Deze Haave, die Sawo <word' genoemt, heeft zeven en een halve <myl in den omtrek. Van een naauwe 1mond word ze ras breeder , naar de :bergachtige kusten; ten Noord-Westen is 1ze zeer jnaby ganfeh rond ; maar ten Oo- :sten zend ze een arm dwarfch uyt in het iLand , welke eindigt in een eng punt, 5daar eene andere Keyzerlyke wacht word |gehouden, om te verhoeden dat niemant rzich onderwinde de Haave aan die zyde

over te vaaren, en dus voorkome van tstArray onderzocht te worden. Tot Mya-facka namen wy versiche Paarden,, enreeden drie mylen verder, door eenigeweinige Dorpen , tot aan Fammamatz ,alwaar wy ten vyf uuren des avonds aan-landen, en dien nacht bleven. Fammamatzis een kleine' Stad van eenige honderdhuyfen of liever hutten, gebouwt langseenige weinige doch welgeregelde straa-ten. Ze is veel langer dan breed, zyndedrie vierde uurs gaans van het eene eindtot het andere. Ze legt in een vlaktewelke zich ter rechterhand een myl veruytstrekt in het Land, en aan de linker-hand omtrent vier mylen voortloopt totaan den voet van de naaste bergen. Bydag vertonnen zich de Straaten zeer wel,van wegen het groot getal van ope win-kels. Aan de Noordzyde omtrent hetmidden van de Stad, staat een groot Ka-steel,' doch .zonder eenige versterking,zynde alleenlyk omvangen door een dun-ne muur. Of het de jaarlyksche Kermis,of eenige andere Heylige dag was weetcik niet, de Jongens althans vermaaktenzich zelfs met door de Straaten om tegaan, met Trommen, en andere Musik-lnstrumenten , en aangestoke Kaaríîèn ,die zy droegen op stokken van Bambous .Het Land dat wy dezen voormiddagdoorreysderi was maatig bewoond drieinylen ver, hoewel'vlak en wel bebouwt,inzonderheid omtrent Josyda , en nochomtrent twee mylen verder, reysden wydoor zeer vruehtbaare Koorn en Ryst-Velden. Daar na volgde een andereaangenaame vlakte met Kleine Kreupel-boschjens , dewelke zich uytstrckke totaan Array. De tocht des namiddags wasinsgelyks door een vlak pleyzierig Landzeer gelyk ’t geen wy des morgens door-getrokken waren, doch andersins ookweinig bewoont.

V

Fauna*-

m* 11 -

XI HOOFP'