V AN’) A P A N. '
gebouwen. Omtrent drie vierde mylsdoor Sinagava gereeden hebbende gingenwy in een kleine Herberg , aangcmame-lyk gelegen aan de Zeekant, om daarons zelven te ververstchen en te bereidentot onze intrede binnen Je do. Van dezeHerberg hadden wy een vol gezigt vande Stad , en deszelfs deftige groote ge-bouwen, als mede van de Haaven, dietoen, gelyk ze waarlyk altyd is, over-vloeyde en krioelde van veele honderdenSchepen en Schuyten van allerley ge-daante en maaksel, leggende de kleineSpeelschuytjens en Jachten ’t naaste aande Stad, en de grootste Barken enKoopvaardyschepen een of twee uurenaf, kunnende niet hooger opzeylen, we-gens deszelfs ondiepte. De Herbergierverhaalde ons , dat jonge aanzienlykeHeeren, zich yeeltyds onbekent naar dezeHerberg begaven, om dit schoon gezichtte hebben. Ons zelven ververscht heb-bende met ipysen, op der Japoneeschenwyze toebereid, en onze Paarden en al-4^- les vaardig zynde tot onze intrede binnent" nt red* J c d° > reeden wy na een uur verblyfs we-vek) der voort. Onze Bugjo verliet hier zynNorimon en steeg te Paard, wordende deMenschen van zynen rang niet gedultbinnen de Hoofdstad van het Ryk tekomen in een Norimon. Wy reeden om-trent een vierde myls tot aan het eindevan de Voorsteden van Sinagava , en tra-den toen in de Voorsteden van Jedo,welke alleen een aaneenschakeling zynvan de voorgaande , zynde 'er niets tus-schen beide, dat haar van elkander scheid,dan een klein Wachthuys. De Zee komthier zo na aan den voet van een Berg,dat 'er maar een ry van kleine htfyiengebouwt is tusschen dezelve en den weg,die een tyd lang loopt langs de Kusten,maar ras wyder word in verschelde on-geregelde straaten van eene merkelyke■ lengte . die na een halfuur rydens bre-der, gelyker, fraayer en geregelder wier-den, waar uyt, als ook uyt het grootgedrang van menschen wy beflooten, datwy nu in de. Stad waren. Juyst aan ’tinkomen van de Stad quamen wy overde Vischmarkt, daar zy verkochten ver-schelde zoorten van Zeeplanten, Schul-. pies, Slakken, Zeequakken en Visschen,welke alle hier gegeeten worden. Wyhielden de groote middenstraat, dienoordelyk dwarsch door de geheele Stadloopt, doch een weinig ongeschikt. Wytrokken over verschelde fraaye bruggen,gelegt over kleine Rivieren en modderi-ge Grachten die aan onze linkerhand af-liepen naar het Kasteel , en van onzerechterhand naar de Zee, zo als ook
/. BoeR. XL Hoöfdsï. 371
doen verschelde straaten, die alle van derieenen groeten afloopen. Onder dc bruggeiitelt men 'er een van twee en veertig va-demen lengte, deze is door gantsch Japanbekent, om dat van deze als van het ge-meene middenpunt gemeten worden dewegen en de tuflchenwydtens der plaat-sen door alle de gedeeltens van het Ryk.
Deze brug is genaamt Niponbas, dat is, Niponbaê;by Wege van uytstek , de brug van Ja-pan,en scbynt omtrent zeshonderd schre-den af te leggen van de buytenste gracht,die om het Kasteel loopt , en dien takvan de Rivier afzend , over welken debrug gelegt is. Het gewoel en drangvan menschen langs deze hoofd en mid-delstraat, welke omtrent vyftig tredenbreed is, en de gantsche Stad ten Noor-den doorloopt, hoewel niet zeer regelier,is ongeloofFelyk, en wy ontmoeteden in’t voortryden, menige ontelbaare gevolgenvan Prinsièn van ’t Ryk , en grooteMannen aan ’t Hof, en van Mevrouwenkostelyk opgeschikt, gedragen in Stoe-len en Palankins. Onder ander Volkontmoeteden wy een Compagnie vanBrandwachten te voet , bestaande uyt Brandmee-*omtrent honderd stuks, gaande zeer na stcrs *op dezelve order als onze Krygsluyden inEuropa -, Zy waren gekleed in bruyneIedere rokken , om zich te beschermentegen den brand, sommige droegen lan-ge Pieken, en andere , Vuurhaaken ophunne schouderen. De Kapitein reed inhet midden. Aan beide zyden van deStraaten zyn menigten van Winkels vanKoopluyden , Handwerksluyden , Dra-piers, zyde Stoffeerders, Drogisten, Beel-deverkoopers, Boekverkoopers, Glasbla-sers, A pot heekers en andere. Een zwartneerhangend kleed bedekt de eene helftvan de winkel. Ze stonden een weinigvoor uyt in de Straat, en fraaye Patroonenvan ’t geen in dezelve wierd verkocht,lagen 'er voor yders oog ten toon. Wymerkten op , dat ’er naauwlyks ymandwas , die nieuwsgierigheid genoeg hadom uyt te komen om ons te zien voorbyryden, gelyk ze op andere plaatsen ge-daan hadden , waarschynlyk , om datzulken kleinen gevolg als het onze, nietsmerkwaardigs inhadde dat de pynewaardwas voor de Inwoónders van zulkenvolkryken Stad, de Zetel van een mach-tig Monarch, om slechs eenig acht daarop te geven. Te meer , nadien zy alledag gelegentheid hebben,om veel prach-tiger en heerlyker treynen te zien. Om-trent een myl gereeden hebbende, langsdeze groote straat, en omtrent vyftig an-dere, die aan weerkanten afliepen voor-bygetrokken zynde, sloegen wyze einde-' Aaa 2 . lyk