Kasteel enWooningvan denKeyzer.
374 DE BESCHRYVING EN GESCHIEDENIS
’t Kasteel en Woonhuys des Keyzerslegt omtrent in ’t midden der Stad, hetis van een ongelyke gedaante, hellendenaar ’t ronde en ’t heeft vyf Japanschemylen in den omtrek. Het bestaat uyttwee Voorwerken of Voorkasteelen, ge-lyk men ze zou mogen noemen, en uythet derde of binnenste en voornaamsteKasteel, ’t welk eigentlyk de verblyf-plaats van den Keyzer is, met twee an-dere krachtige welversterkte, doch klei-ner Kasteden aan de zyden, en sommigegroote Hoven of Tuynen achter hetKeyzerlyk Paleys. Ik noem alle dezeverscheidene verdeelingen Kasteden,omdat zy afzonderlyk en elk op zich zelfbestoten zyn met Wallen en Grachten.Het eerste en buytenste Kasteel bestaateen groote plek Lands, welke het tweedeomvangt als ook de helft van ’t Keyzer-lyke Woonhuys, en zelf om vangen enomringt is met Wallen,en Grachten, ensterk bewaakte Poorten. • Het heeft zoveele Straaten , Grachten en Waterloo-pen, dat ik ’er niet gemakkelyk een Planvan konde bekomen : Ik kon ook nietsbyeentrekken dat my vergenoegen konuyt de Plans der Japoneescn zelve, welkeik evenwel, zo als ze zyn, hier aan denLezer vertoone te gelyk met het Planvan de Stad Jedo ( ziet de dertigste Tafel. )In dit buytenste Kasteel woonden dePrinsièn van het Ryk met hunne huis-gezinnen in gemakkelyke en deftige Pa*leyscn, gebeuwt in straaten, metruymepleynen, door sterke zwaare Poorten af-gefloten. Het tweede Kasteel beslaat eenveel kleiner plek gronds , dit tweedestaat met de Gevel naar het derde ofWoonplaats van den Keyzer, en wordomvangen door het eerste , doch is vanbeyde , het eerste en het derde afgezon-den door Wallen , Grachten, Ophaal-bruggen , en sterke Poorten : De wachtvan dat tweede Kasteel is veel sterkerdan die van het eerste. In het zelve zynde deftige Paleysen van sommige dermachtigste Prinslen van het Ryk, vande Raadsheeren van Staat, van de eersteStaatsdienaars,van de voornaamsteKroons-Amptenaaren , en van zodanige anderePerioonen, die meest geduurig zyn Key-zerlyk Persoon moeten opwachten, 't Ka-steel zelf, waar in de Keyzer woont legtiets hooger dan de andere op den top vaneen heuvel, welke voorbedachtelyk vlaken effen gemaakt is, om het KeyzerlykPaleys daar op te bouwen. Het wordomringt door een dikke sterke hartstee-ne muur , met Baftms uytstaande zeerna op dezelve wyze als onze Europifchevestingwerken. Tegen de binnenkant
van de muur is een aarde Bolwerk op-geworpen , en op deszelfs lcruyn staanzo tot verciering als tot versterking ver*scheide lange Gebouwen en vierkanteWachthuysen, gebouwt op de maniervan Toorens, verfcheide verdiepingenhoog. Inzonderheid zyn de Gebouwenaan die zyde, daar de Keyzer! yke Woo-ning is, van eene ongemeene sterkte,allevan Hardsteen, van eene ongemeenegrootte, dewelke slechts bloot op elkan-deren zyn gelegt, zonder vastgemaakt tezyn , noch met kalk, noch met yzereankers, ’t welk zy zeggen dat geschiedis, op dat in geval van aardbeevingen diemenigwerf in dit Land gebeuren , desteenen aan de schudding medegevende,de muur zelf daar door geen schaade.mocht lyden. Binnen het Paleys steekteen vierkante witte Tooren hoog uytboven alle de andere Gebouwen. Dezeis veele verdiepingen hoog, verciert metdaken en andere schoone oppronkingen,welke het geheele Kasteel van verre doengelyken zo heerlyk, dat het niet uyt tedrukken is, den beschouwers verbaascn-de, gelyk mede doen de menigvuldigeandere schoone geboogde daken, metvergulde Draaken op den top en op dehoeken, die de andere gebouwen binnenhet Kasteel bedekken. Het tweede Ka-steel is zeer klein, en nleer gelyk na eenSlot, zonder eenig het minste uytwendigvercierscl. Het heeft maar eene deur, endaar toe is ook maar eene toegang uyt’s Keyzers Woonplaats. over een hoogslange Brug. ’t Derde Kasteel legt aande kant van het tweede, en is byna vandezelve gedaante. Ze worden beide om-vangen met hooge sterke muuren , dietot noch te beter bescherming wordenomringt door breeds diepe Grachten, uytde groote Rivier. In deze twee Kastee-len worden opgevoed de KeyzerlykePrinslên en Prinslèslèn , zo ’er eenigezyn. Achter het Keyzerlyk Paleys isnoch een verheve grond, schoon naar demanier van ’t Land met fraaye en heer-lyke Hoven en Boomgaarden , welkeeindigen aan een pleyzierig Bosch op dentop van een berg beplant met twee by-zondere verschillende en raare soortenvan Platanus Boomen, welker starachtige >bladeren, met groen, geel en rood bontebladeren geverwt zeer aangenaam voorhet oog zyn.1
Het is aanmerkelyk ’t geen zy van ]in geP latï 'deze Boomen verzekeren, dat het eenesoort in haare volle schoonheid is in den iitf n ‘Lente, en de andere in den Herfst. HetPaleys zelf is slechs van eene verdieping»die niettemin van een schoone hoogte is*
m