VAN JAPAN. \
asgezondert door wallen en breede grach-ten , over welke een brug legt van tweehonderd en acht matten lang. De Staden eerste voorstad, daar de bergen eindi-gen in eene vlakte , dewelke voorlooptnaar de zeekant heeft zeer goede, ruymeen gemakkelyke huysen. Van Okafakireeden wy door de dorpen Utoo , Ojumaen UJstta , en aten in de Burgt 'ssiriju.Op den middag reeden wy weder van< TJtrijn , enreyzende door de dorpen Imo-gava , Am , Armatfi , Nariana en K affa-dira, ár men ons van verre toonde Mu-sasifyro , quamen wy aan de voorstedenen Stad Mia.
Aan den intree van deze Stad is eenmerkwaardige Tempel, van wegens deongemeene gevaarte van een houte Afgodtdie in dezelve bewaart word. Hy be-staat den ganfchen Tempel, en heeft zy~ne linkerhand leggen op zynlinkerknie,en de rechterhand op de rechterknie, wel-ke hy iets hooger ophoud dan de linker.índezelve Stad is een andere Tempel metdiergelyken Afgodt, doch deze rempel ismeer beroemt van wegen dellèlfs oudheidzynde zo als men zegt gebouwt door dienvermaarden Bouwkunstenaar Ficlano stako,op zulken zonderlingen manier, dat alledesselfs deelen op eene byzondere wyzezamengevoegt zynde, ze haar zelf onder-steunt zonder onder schraagt te zyn doorpylaaren, gelyk de andere Tempels zyn.Om hier niet te herhaalen ’t geen gezegtis in het dertiende hoofdstuk van dit boekop den twaalfden van grasmaandt, vanden Tempel Asia of Atzta in dezelve stad.Onze herberg tot Mia is zeer goedt enheeft een schoone plaats en Hof achter hetHuys.
Op den vyfden Mey gingen wy tenhalf zes ’s morgens in fchuytjens, wyhadden schoon wéder, en den wind gun-stig, en Nagastma of het Eyland Nagaverby gevaaren zynde, quamen wy om-trent ten tien uuren aan.de Stad van diennaam, alwaar wy aten en redelyk ont-haalt wierden. Het Kasteel Nagastma isgebouwt aan de zeekant en heeft geen mo-ren. Omtrent Elf uuren vertrokken wyvan Nagastma en onder andere reysden wydoor deze volgende dorpen, Jafnagu Fon-da , stavsatta, Fazemttra , Fadsitunka , Oi-laake , ende Ongofo , op lommige dezer ver-kocht men Mange. Omtrent vyf uurentegens den avond quamen wy aan onzeHerberg in de Burgt I/yakus,e nbleevendaar dien nacht.
Op den zesdenMey reeden wy uyt ’s och-tens ten vier uuren. De voornaamsteplaatsen, welke wy doortrokken,warende dorpen Sjoono , Kumigawara , Tomïda ,
- Boek. XV. Hocfdst. 417
Odamura , Seikinfi , TVaddamura , de StadSimmatz of liever voorstad van Nabi Ja-matz , welke Stad ik in myn eerste reysonderden 14 April genoemt heb Kamm'tstamma ; het dorp INoliri, de Burgt Sekt yalwaar byna in yder huys zwavelstokverkocht word, en in welkers nabuur-schap is een Tempel van Atnida en eenandere van Dststo met een steene water-bekken vol waters voor den Tempel,voor de aanbidders om hunne handen tewalleken-, de Burgt Sawa of SawabenoKinofia , en somtyds Sakanosita genoemt,alwaaar wy aten, het dorp Jamanaka , ’twelk een Mia heest, het dorp TJutst Ja-ma, alwaar wy zeer veele Is je pelgrimsontmoeteden, verfcheide andere dorpenmeer , welke ik stilzwygensj voorbyga,tot aan de Stad Minakutz daarwy ’s nachtsLiepen.
Minakutz verlieten wy op den zeven-den van Bloey maand met het krieken vanden dag, en trekkende door de dorpenKitawaki , idfumimura st Nat fume , FariKoofibiikuro , den Burgt Ifstbe , het dorpTakanomura, het dorp Menoke daar meneen bitter poeder maakt en verkoopt,welk sommige drinken in plaats van Thee,en het dorp 7 quamen wy omtrentten tien uuren aan de kleine Stad Kujatz ,alwaar wy aten. Na den Eeten trokkenwy door de dorpen Satznmosi, Okanotsieja ySinde , Scta , en de Stad Dstedst tot aanOotz. alwaar wy gedwongen waren teblyven door de koppigheid van onze Tol-ken, die niet verder gaan wilden, daarhet nochtans even over twee uuren desnamiddags was.
Vroegtyds ’s ochtens den achtsten reys-den wy van Ootz , en komende door hetdorp of Burgt Odani , en de dorpen Ja-kotsieja en jubtmosta , byna aan een gehegt,quamen wy aan een dorp gelegen aan denvoet van den berg Fïnoo. Naby dit dorpwas een steen opgerecht in welken uyt-gchouwen was het woord Namandabudz.Tegen over den steen hongen ’er tweeaan het kruys. Voor en achter den steenhoewel redelyk ver van den zelven, enuyt het gezicht der gerechte persoonenzat een priester op een lomp vloerkleed,met zeven tafeljens voor hem in de grondstekende. Op yder dezer tafeltjens was ge-schreven de naam van eenen dooden, enover die hong een bannier met de woor-den Namandabudz. De priester zelsshadzyn hoofd gedekt met een groote ge ver w-de zomerhoed, en een plank voor hem,op welke lag een omgekeerde klok,wel-ken hy van tyd tot tyd met een hamersloeg, zingende Namanda. Hy had ookeen groote tob met water voor zich staanH h b 2 od