Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
456
JPEG-Download
 

456 A Á N H A N G S

van de schors vznàzKadfè Kadsura struyköp de voorverhaalde manier. Het japan-schc papier is zeer valt en 'sterk , en zalzich laten vlechten tot touwen. TeSyriga word een dik sterk looit van pa-pier verkocht (dit is een der grootste ste-den in Japan ; en Hoofdstad van de Pro-vintie van dien mam, ) het welk zeernet geschilderd is, en opgevouwen zoveel in een stuk, als nodig is tot een pakkleeren. Het gelyltt even eens als zydeof wolIe stof, zo dat men het lichtelykdaar voor zoü aanzien. Een dun netsoort van papier, dat geelachtig ziet,word in China ert Tunquin gemaakt vankattoen en Bambous. De Sïamiten makenhun papier van de schorse van de Pliokkloiboom. Zy hebben 'er twee soorten, deeene zwart, de andere wit, beyde zeefgrof, niuw en eenvoudig, gelylczyookzyn. Zy vouwen het op in boeken,byna op dezelve wyze als de waayersworden gevouwen, en fchryven aanbeide zyden, niet met een penceel innavolging van de meer beschaafde volke-ren , die verder in het Oosten woonen,

EL VAN DE

maar met een rauwe kleye os van îeémgemaakte pen. Dus ver de befchryvingi van de papiermakery in het Oosten, wel-kers manier van behandeling wyscn degeleerde Heer Beekman zo begeerig waste mogen weeten, en de reyzigers zoernstig bad dezelve te onderzoeken, even-wel bedroegen in dat hy meende enscheen overtuygt te zyn, dat het gemaaktwierd van kattoen, nadien uyt dit ver-haal en deze befchryving klaarblyKt,datalle de naden en volkeren over de Gange s,de Inwooners van de Zuyderlykste ge*deeltens uytgezondert, maken hun pi-pier van oude lompen van kattoen stof,en hunne manier verschilt nergens in vande onze in Europa , dan dat ze 'erzoveelwerk niet aan doen , en dat de werk-tuygen die zy daar toe gebruyken, groverzyn.

§. 3. Om het verhaal dat ik voorge-nomen heb te geven van de papierma-keryen in Japan volkome te hebben, hebik hier bygevoegt de beichryving, en deafbeeldsels der planten en boomen, V anwelke het gemaakt wordt.

K A A D S Í ,

JPafiyrus fruBu Mort celsœ ; Jì*ue Morus sativá foliìs urtïcœ mortua *Tafel XL. c ortie e papyrifera.

DE PAPIERS OOM

U Yt een krachtige, getakte, hout-achtige wortel komt voort een rech-te, dikke, gelyke stam, zeer veel getakt,bedekt met een vette, vaste, kleefachti-ge kastanje gekoleurde schors, van buy-ten ruuw, aan, de binnen kant glad,daarze regen het hout zit, ’t welk los en brosis, met een groot vochtig pit. De tak-ken en telgen zyn zeer smeerig, bezetmet een Weinig dons of wol, groen, hel-lende na donker purper. Zy zyn vanbinnen hol, tot dat het pit groeyt,enalsZe afgebroken worden verwelken -zy ras.De takken zyn ongefchiktelyk bezet metbladen, twee of drie duym van een,staande op teere, haairachtige steeltjens,twee duym lang, donker purper in’t aan-zien, en van de dikte van een stroo. Debladeren verschillen zeer in maaksel en ingrootte, zynde somtyds verdeeld in drie,somtyds in vyf getande , enge, ongelykdiepe, en ongelyk verdeelde lapjens, inzelfstandigheid , fatsoen en grootte gelykende de Unica Mortua , zynde plat,dun,

, een weinig ruuw, donker groen aan deÍ eene zyde,en aan de andere ligter groen,! zweemende na den witte. Zy drongenschielyk als ze afgeplukt zyn, gelykookalle de andere gedeeltens van dezen boomdoen. Van onder van ’t begin van ’tblad tot voor aan de punt loopen enkeledikke zenuwen , (aan de overzyde eenmerkwaardige holte latende , die veeledwarsche ribbens uytzenden, meest alleI in een gelyke lyn by den andere, welkeweer kleiner uytzenden , naar de eindensvan de bladen omgebogen. In Juny enJuly komen tusschen de bladen uyt devruchten (de XL plaat a) aandeuytein-dens van de takken , staande op kortesteeltjens, rond , iets grooter dan eenerwt, omcingelt met lange purpere haay-ren, zaamgestelt uyt beziën, eerst vaneen groene koleur, die zwartachtig pur-per word, wanneer ze rypen. De vruchtis vol zoetachtig zap. Ik heb niet opge-merkt , of ’er eenige Juli, knopjens ,zyn,die voor de vrucht komen dan niet. De*

ze