HISTORIE VAN JAPAN.
489
de aan de Majesteit van zulken machtigenMonarch. Het is genoeg dat hy wistede redenen van zyne bevelen, wiens oor-deel in twyflèl te trekken, verradery ge-acht zou worden. Niemant daar en bo-ven kan voorwenden onkundig te zynvan de strastë,of klaagen over eenig on-recht hem aangedaan, in een Land, waarin alle misdaaden gestraft worden met deuytterste gestrengheid, en daar de bloo-ts overtreding van de wetten des Landsdoodschuldig is, zonder eenig byzonderopzicht te nemen, het zy op de grootesnoodheid der misdaaden, het zy op degunstige omstandigheden, die des over-treders zaak zouden mogen verzeilen. Hetgeen de groot Hartog van Muscovïcn Jo-hannes Bafilides gewoon was te zeggenvan zyne onderdaanen , is even gelyke-lyk waar van de Japoneesen, dat zy moe-ten geregeert voorden met ecncn yzeren roede.Daar moesten strenge wetten , en evenzulke strenge straffen zyn, om zulkenhardnekkiger, en ongeregelder, volk teweerhouden van oproeren, en de rust envreede te bewaaren in zo veele grooteprovintien , zo verschillende' in grondre-gelen als zy van elkander ver afgelegenzyn, en wat noch meer is, om de Printsen en Hoofden van het Ryk in vreese tehouden. Het stond te vreeset, ,dat men-schel, van zo veel dapperheid, van zoda-nige deftige en edelmoedige gesteltenissen,als dePrinssen van het Japahsche Ryk byalle gelegentheden toonden, niet zoudenkunnen en inderdaad niet willen latenvoorby slippen den een of den anderen be-quaamen tyd, om te zoeken te verkrygendie vryheid en macht * waar aan zy niet,dan met droefheid kunnen gedenken,welke zy eens gehad hebben, en dat hethen niet missen kon van ondersteunt engeholpen te worden door hunne onder-daanen , in ’t gemeen menfehen , die al-tyd liethebbers zyn van veranderingen,en genegen tot saaien en partyschappen,indien n,en niet genoegzaame zorg ge-dragen had, om de kracht en macht vanden eenen te breeken, en de moedwillig-heid en ongeregeldheid van den anderente bedwing cn _
Na ’t over- Taico de. zaaken van zyn Ryk dus ge-
lyden van ze t hebbende op een vaste en duuríàme
Taico, grond, en aan! Zyne opvolgers bevolen
nc Ü n st het op dezelve voetstappen voorttegaan stierf
vaÜTokn- in het jaar Christi 1598. Hy was een
gava de Prins volkome wys en voorzichtig en
kroon aan. wierd na zyn dood gestelt onder de Go-den van het Landt > met den naatn vanSjtn Fatzman, dat is , de tweede } : atz-man of krygsgodt van het Landt. ]\ T K tongelukkelyk voor het Ryk, aanvaerdeOngpshh, naderhand Jejis, en na zyn c j 00 d
Gongin gcnoemt, de regeering van het
Ryk. Hy was-uyt het doorluchtig ge-slacht van Tokngava , en was door Taicozelf, op zyn dood-bedde, aangestelt totvoogd over zyn eenigen zoon Ftde j 0 ritoen slechs zes jaaren oudt, (welken hynaderhand en den throon en het levenbenam.) zyne nazaaten zyn zedert altoosgebleven in het bezit van ’t Ryk, en rc-geeren het zelve met niet minder voor-zichtigheid dan geluk volgende de gron-den en ’t voetspoor hunner doorluchtigevoorzaaten, en strengelyk zich houden-de aan de scherpe wetten door hen inge-stelt. Zy weeten zeer wel, en het iswaarlyk het voornaamste punt waar van’t geluk van haare regeering afhangt, hoezy dePrinssen en de Grooten van het Rykin vreese en binnen de behoorlyke paaienvan onderwerping moeten houden , zoda-nig dat zy niet toelaten, dat derzelvermacht en kracht aangroeye boven hetgeen de veiligheid van den staat gemak-kelyk lyden kan. Zy onderdrukken zeniet met ’er daad, noch houden hen laagmet kracht van wapenen, noch overlaa-den hen met zwaare schattingen, maar zytrachten om hunne vriendschap en gene-gentheid te winnen door zich vrindelyken beleefdelyk tegen hen te gedraagen,en door aan hen te bewysen zonderlingeblyken van haare Keyzerlyke goedwillig-heid jegens hen, alhoewel van zulkenaardt, dat zy de geene, aan welke zyzich mild toonen, drukken , dat zy degeene die zy met hunne tegenwoordigheidvereeren, uitputten, en deze in ’t netkrygen en omzwagtelen, aan welke zygroote Eertytels opdraagen. Met eenwoord, daar is geen een teken van Eer,geen soort van gunst, welke zy niet vry-borstig en mildelyk geven aan de Prins-scn van het Ryk, om zich te gelyk en opeene reys te verzekeren van hunne gehoor-faamhcid en onderdaanigheid, en om hente verplichten te verspillen de inkomstenvan haare heerlykheden, die, indien zevergaart en opgehoopt wierden, hen zou-den kunnen aanzetten tot oorlog en op-stand. Want zodanig is de grootheidvan deze Natie; dat zy zich verbeelden,v/elke gunsten aan haar betoont,en wel-ke Eertytels aan haar opgedraagen wordendoor) den Keyzer, dat zy na maate haarestaatsie, pracht, en kosten moeten vermeer-deren in meer heerlykheid, cn verquisten-der wyze van leven ; zo in hun eige Land,als op hunne reyzen naar het Hof, waarheenen zyalle eens ’s jaars moeten optrek-ken. Dus ontbloot als zy zyn van den we-zcntlyke macht, en grootheid, die Zy eerstbezaten, hebben zy het genoegen en dcvoldoenig, on, zich ren minsten noch
Qqq
tc