Gelukkigestaat vanhet Japan-sche 11 yk,sedert lietopgeslotenÍs.
historie V
ken, die zy in Japan overbrengen om teverkoopen, mede in te voeren zodanige,die handelden over het Euangelium, enhet geloove in Christus, en door dit mid-del op nieuws te veripreyden en te doenherleven eene leere , dewelke verklaartwas schadelyk en nadeel ig aan degemee-ne rust, en niet lang te vooren met zoveel tnoeyte en dood van zo veele Marte-laaren uitgerocit. Dit verbitterde zodanigde Japansche regeering, dat 'er bestootenwierd dezelve 'op gelyken voet te stellentnet de Nederlanders, en hen byna opdezelve wyze te bepaalen. Ja zelf is haa-tten staat daar in te slechter, dat zy datverstand en die behendigheid niet heb-ben, door welke de Nederlanders wee-ten, hoe zy zullen afweeren en tegengaande listige bedriegeryen der Japoneefen. Integendeel, alichoon zy alle denzelvenmam voeren, gel yk zy evenwel in, ver-schelde landschappen woonen, zo doenzy al wat zy kunnen om elkandcren tedwarsboomen en over .boord te helpen,
en Zy zyn daar benevens zoo gierig eninhaalig, dat zy liever alle hoon en af-fronten hen aangedaan , willen verdra-gen , dan eenige winst en voordeel, hoegering ze ook zyn mochten, misten.
§. f. In dezen staat der zaaken, toenhet Ryk nu volkomentlyk opgeslotenwas, was 'er niets dat de oogmerken ehdoelwitten der waereldlyken Monarchenweerhouden kon. Op; geenerlei wyzebevreest, noch voor de Staatzucht derGrootcn , toen genoegzaam onderwor- .pen, noch voor de hardnekkigheid enongeregeldheid van het gemeene volk,noch voor de raadslagen en hulp vanvreemde natiën, noch eindelyk voordenomgang en invloed van deze , welke zytoelieten en duldeden , hadden zy hun-ne handen niet meer gebonden , maarvry om te doen wat zy dienstig oordeel-den, om dingen te ondernemen, dieon-mogelyk zouden zyn uittevoeren in eenopen land, daar een vryen toegang enKoophandel is,en steden, burgten,dor-pen alle Collegien, en onderlinge Maat-schappyen , je gildcns zelve der Am-bachtslieden en kunstenaars niet buiten-geflooten, onder de scherpste orders enschikkingen die m en bedenken kan tebrengen ; om de oude costumen te her-vormen, om nienwe intevoercn ; om eenygelyk zyn werk aantewyzen en te be-paalen ; om door aanmoediging en be-iooning hunne Onderdaanen op te wek-ken tot vlytigheid , tot de voltooyingvan kunsten, en tot het zoeken na nieu-we en nutte uitvindingen, maar ook terzei ver tyd door het aanstellen van menig-
AN )A P A H. 495
ten van toezichters cn scherpe oppassersom een waaleend oog te houden over hetgedrag van het volk, om het zelve tchouden binnen de behoorlyke palen vanonderdaanigbeid, om yd.er een te nood-zaaken tot een naauwe betrachting vandeugd, en met een woord om het geheeleRyk als te maaken tot eene school vanbeleefdheid en van goedé manieren. Dushebben de waereldlyke Monarchen in eenzekeren zin doen herleven de onschuldig-heid en ’t geluk van voorige,Eeuwen,vry van beduchtingen voor opstandenbinnen ’s Lands, en zo ver vertrouwen-de en steunende op de uytmuntentheidvan hun land, en op de dapperheid ensterkte hunner onoverwinnelyke Onder-daanen , dat zy den nyd aigunst en ja-loersheid van alle andere volkeren ver-smaden. En, waarlyk zodanig is de ge-lukkige staat van het Japansche Ryk,dat zy geen vyanden hebben te vreéièn,noch bespringen van buiten ’s lands teduchten. Liquao, Jedsò , Coran , en allede nabygelegene Eylanden erkennen deOpperhoofdigheid van den JapanschenKeyzer; en het is ’er zo ver van daandatzy iets zoudén te vreesen hebben vanChina , schoon waarlyk een machtig enkragtig Ryk, dat zy zelve veeleer vrees-selyk-’ en geducht zyn by de Chineeicn.
' De Chineesen zyn ten verwyfde natie toteénige onderneming van dezen aardt, ende nu regeerende Keyzer die van eenTartarische aikomst is, is reeds zo over-laden met Landen en Koninkrykcn, dathy naauwlyks denken zou kunnen omzyne heerschappyen en overheeringentotaan Japan uyt te breyden. IJtnajos (eenzoon van Jjetzna , na zyn dood Genjujingenaemt, en kleinzoon van Teitoquini )die nu den waereldlyken throon van la-pati bekleedt, is een Vorst van grootcvoorzichtigheid en beleyd,en erfgenaamvan de deugden en goede hoedanighedenzyner voorzaten ; en daar benevens uyt-muntend van wegen zyne zonderlingegoedertierentheid en mildheid, hoewel eenstipte onderhouwer der wetten van hetLandt. Opgevoedt in de wysgeerte vanÍ Cottfutius regeert hy het land zo als destaat van het Ryk en het welvaaren vanzyn volk vereisschcn. Gelukkig en bloe-yende is de Staat zyner Onderdanen on-der zyne Regeering. Verecnigt, eens-gezind! en vreedíàam , geleert om be-hoorlyke eerbied te bewyfên aan de Go-den, behoorlyke gehoorzaaming aan dewetten , behoorlyke onderwerpen aanhunne Overheeren, behoorlyke Liefdeen achting voor hunne nabuuren,beleef-de, verplichtende, deugdzaam, in kunst0.44 ) en