KORTE INHOUD.
Van de Dieren.
Van de Dieren in ’t Algemeen.
De Insecten.
De Vogels. .
De Aarde van Binnen.
De Aarde van Binnen. . . .
Van Water.
’t Water in ’t Algemeen. .
De Water dieren. .
De Verdeeling der Wateren, als van de groote Zeen.De Zeeboezems of Golven.
De Straaten. . .
De Eb en Vloed. .
De Diepte der Zee.
De Rivieren. . .
De Meeren » Fonteinen enz.
VII i._ Hoofd*«7 stuk.
88
93
IX.
_ . Hoofd-
94 stuk.
95
97
X.
Hoofd-
stuk.
IOI
103
104
107
108
14
Van de Aardkloots Dampkring.
Van de Dampkring. . .
Van de Straaibuiging. . ...
Van de Regenboog. . . . .
Van de Wind. . . . . . .
Van V Betrekkeljke Deel der Aardrijkskunde.
Van 't Jaar en deszelfs Getyden. . .
Hoe Zomer en Winter veroorzaakt word.
Van eenige Punten en Linien aan den Piemel en op de Aarde.
De Breedte van een Plaats, hoe te vinden.
, stuk.
XI.
Il6»°°fd-118120123
128
130
131137
XII.
Hoofd-
stuk.
Van ’t Vergeljkend Deel der Aardrjkskunde , en in t bjzonderde verscheiden wjzen , om de Lengte der Plaatzen te vinden, slak.
Door de Zon Eclipzen. ....
Door de Maan Eclipzen. ....
Door de Maanbergen. . . .
Door de Omloopers van Jupiter. .
Door de Vaste Sterren. .
De Legging van eenige Plaatzen volgens de Breedte en Lengte.Hoe de Afstand tuflchen twee Plaatzen te bepaalen.
Van de Aardfche Globe .....
Van ’t maaken der Kaarten.
# * o
14.0
141
142
*43
154-
15-5
Van