Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
6
JPEG-Download
 

ô Inleiding tot de algemeene Géographie ,

Professor in de Hemelsloop, te. Oxford, vind het verfchilzigt vande Aardkloots kring, ten opzigtvan een Ster in de Draak , diepermet 7 tekent, door middel van een lootregt hangende Verrekyker,niet meer dan een fecunde ; dan zou dezelve wel 4ocooomaal ver-der van de Zon zyn, als de Aarde (n) : maar om dat het zeker is,dat de eene Vaste Ster veel verder van de Aarde is als de andere, zoowaar het te wenschen, dat men aan Syrius, en andere voornaameSterren, dit ook op de zelfde manier onderzogt.

2. Van de Zon.

2. De L. Onder de Vaste Sterren is'er een, die ons, wegens zyn naby-Zoa - heid , veel grooter en aanmerkelyker voorkomt, dan de andere,dewelke de Zon genoemd word.

DeZons vat de Zon ver van de Aarde is, blykt genoeg uit de Waar-afstand neemingen van alle Sterrekundigen : Laat in de 1 ste Afbeelding,ITrdï Vig. i, A de Aarde, en S de Zon verbeelden : indien de hoekenar e ' BAS en CS A regt zyn, en getrokken de lynen AC en BS; danstellen de beroemdste der hedendaagfche Hemelloopkundigen, totnader ondervinding, want met de uiterste netheid kan men dit nogniet weeten (s), dat de hoek BS A is iofecunden van een graad (/>);daar uit vind men , dat de afstand tuffchen de Zon en de AardeA 8, moet zyn 206162 Aardkloots halve middellynen : het is omte verwonderen, hoe dat Poffidonius zoo na met de hedendaagfcheovereen komt ; want volgens het verhaal van Plinius , stelde hy,dat de Zon van de Aarde was 502000040 stadiën (§); 40 Room-sche stadiën zyn een Duitsche myl (r); dan is de affstand OI I2mil-

(n) Phiiofph. Trans., Nom. 406, Dec. 1728, pa? 660 ^Oenen

(0) Hoe dac dit int vervolg van tyd nader ?al . ,

zien in onze Korte Befcbryvinge van alle de 'Comeeten nas* ~ T n A vorde / ? » ^an men na-

(p) De omtrek van aile de ronden . proot of klpin j ? n ?' .

deelen; ieder deel noemt men een graad, die wederom vewf £ f mCn ! n 3 f° 8Çlyketen5 ieder minuut in öosecunden, en zoo voort verdeeh wordin 60 mmuu-

(q) Plinius, lib. 2, cap. 23, pag 11, verhaalt uit P oJMoìvus dat van de Aardt*tot daar de Lugt geheel zuiver», (dat is, boven onze Dampkring,) ten minstentveertig stadiën1 ; en dan vervolge hy : Sed à tufbidó ad LututmvicUscmt^ilS/hdiorum, inde ad Salem qutnqmes millies: dit laatste is verkor tender wyze gescheeven'

me A m n^ P ;^-L Verilaan: £ ïn ««" centena millia fladwrum.

(t) Om dát FUntLS even van ce voorco moot'i* As

de lengte van de Roomsche Myl word gevonden in de Verhandeling van ifc Grootteder Aarde , pag, y). 6 ^rootte