of Aardryks-beschryvmge. 9
Sterrekundige van den Groot-Hartog van Florencen, heeft het eerst,door een Verrekyker, de Maanen van Jupiter gezien : in ’tjaar ióio,den 7 January zag hy drie van de zelve, en zes dagen daar na zag hydie alle vier (2) Christtaan Hui gens ontdekte in ’t jaar 1655. dewaare hoeda.anigheid van die overgroote breede en platte Ring dewelke om Saturnus gevonden word , die tot verwondering aan alleSterrekundige verstrekt : ook zag hy toen de 4de Maan van deezePlaneet: in ’tjaar 167 k. ontdekte de vermaarde SterrekundigeJanDominicus Cajfini , de 3de en 5de omlooper van Saturnus, en in’tjaar 1684. de ilte en de 2de (af om de twee laatste te zien, wor-den groote Verrekykers vereischt.
'c Derde zoort van Lichaam en in ons zamenftel : zyn de Comee-Van deten; ’t getal daar van is niet bekend: waar van hier na breeder.
4. Van de gedaante , en grootte der Aarde.
De Aarde heeft ten naasten by de gedaante van een Ronde-kloot; De ge.dog is eigentlylc aan de Poolen platter, hier was een stryd over,^ aantedie by na yo Jaaren geduurd heeft: (b) de beroemde Newton vondj” d 1 e ° r ° tdat de zwaarheid na de Poolen toe vermeerderde, en besloot daar ààuit dat de Aarde een Spheroide was, diens kortste middelyn gestrektwas na de Poolen ; overtreffende de langste halve middelyn de kortstei7i Engeliche mylen: de Fransehe Sterrekundige door hun asmee-tingen, die gedaan wierden op order van Louis XIV., beilooten datde korlte middeJyn strekte na den -HLcjuinoctiaal ; dog tegen dít laat-ste bragten de voornaams Wiskonstenaars Newton , en Huigens ,ín , dat dan het water van de Zeen de landen omtrent den Eve-naar zouden overstroomen* üm dit geschil te eindigen, zoo zondde tegenwoordigen Roning van Vrankryk Louis XV. verscheidenSterrekundigen van de Fransche Academie, eenige om een graadvan de Aarde onder de Linie , en na de kant van de Zuidpool temeeten; en andere na deNoordzyde onder de Polaare Circeh Nadat de laastgemelde omtrent een Jaar in Bothnien en Lapland ge-weest hadden, om hunne waarneemingen te doen, zoo zyn dezelve
B den
(z) Nuntius Sidereus, pag. 33 en 35, Lond. 1653.
(a) Histoire de 1’Academie des Scienc. 1711. pag. 130.
(b) Als te zien is in onze Verhandeling van de Grootte der Aarde ^ pag. 63.