r o Inleiding tot de algemeene Géographie ,
den 9de Juny in ’t Jaar 1737. wederom na Stockholm vertrokken :de grootte van een graad onder de Pool Cirkel, door middel vanTorneaop ’t Eiland Swentzar en Kittis, een berg benoorden hetdorpPello, is gevonden 57438 Toises; (c) Tornealeid op 65grad.50 min. 50. fee: Noorder breedte, en Kittis op <56 grad : 48 min.20 secunden Noorder breedte : volgens de Tafel van de Hr. Cajjini(d) zou een graad van de Aarde onder de Pool cirkel 950, of alsmen de verstroying van ’t ligt meede reekenc, wel 1000 toises metde voornoemde waarneeming verscheden. íe) De Hr. Celsius Pro-fesser in de Sterrekonst te Upzal in Sweeden , die by de waarnee-mingen in ’t Noorden tegenwoordig geweest is, heeft aangetoonddat de waarneemingen van de Hr. Cajsimi , zoo wel aan den Hemelals op de Aarde, in ’t Zuiden van Vrankryk gedaan, niet kunnendienen, om de Figuur van de Aarde te bepaalen. ( ƒ) Te Pello von-den de Fransche Sterrekundige de lengte van de slinger die de Se-conden aanwyst Z voet 8,057 bnien Pajrysche maat > en te Parys wasde lengte vanzoodaanig een slinger, volgens de waarneemingen vanMr. deMairan , 3 voet 8,117. Kinienz (g) en eindelyk de Observationin ’t Noorden gedaan, vergeleeken met de geen die de andere Fran-sche Sterrekundige onder de linie gedaan hebben, zoo was ’t besluitniet alleen dat de Aarde platter aan de Poolen was, maar zelfs nogveel platter als de Vermaarde Newton bepaald heeft: door eenwaarneeming met een slinger die té Koudon een Seconde aanwees,gedaan in ’t Jaar 1731, in Jamaica aan de Swarte rivier op 18 gra-den Noorder breedte, vond men volgens de gronden van Newtononderstellende de Densiteit gelykformig, ín alle de deelen van deAarde, dat de halve middellyn aan de Poolen 20iEngelsche myl min-der zou zyn, als die aan den HLquator: (h) als men de lengte van 2.byzondere graaden op de Aarde (die wat ver van malkander zyn)naukeurig gemeeten heeft; of maar twee kleine gelyke boogen in de
Meri-se) Mesure du Degré du Méridien au Cercle Polaire, pag. 70, Par. 1738{d) Suite des Memoires de Mathemac. & de Pbys. à 17-.8., pag. 300. ,Amst 1723(e) Mesure du Degré du Méridien, par M. de Maupertuis , pag. 125, Par. 1738. '(/) De Observationibus pro figura Telluris determinanda in Gallia babitis disqui-Êtio, auctore Andrea Celsio in Acad. Ups. Astr. Prof. Reg., pag. 20, Ups. 1738.(g) Mesure du Degré du Méridien, parits, de Maupert, pag 180, Par. 1738.'(ö). Philos, Trans., No. 432, pag- 311.