of Aardr'yks-beschryv'mge. 15
9. De Uitmiddelpuntigheid.
De eene tyd zyn wy verder van de Zon als de ander; de Sterre- uitmikkundige vinden, dat de Aarde in ’t end van December digter by de d . e, P u "*Zon is als omtrent hetend van Juny, als in de Ilde afbeelding fig. 1. en versteIP of PR 100000 gelyke deelen gesteld word : dan blykt doorwaarneemingen dat SP omtrent 1691 van die deelen is; dit noemt beeíd.men de Uitmiddelpuntigheid : dan is SQ_het verschil tusschen IS F >g-r-en SR, zynde omtrent 3384deelen; dat de Aarde de eenè tyd na-der aan de Zon is als de andere, dat is meer als 788000 Hollandschemylen ; ’t welk de Aarde als ’t by ons Winter is, digter aan de Zonkomt als Zomers (ƒ): de uitmiddelpuntigheid der PJaneeten wordgesteld als volgt, in deelen daar van 100200, de middelafstand tus-schen de Zon en de Aarde zyn:
Saturnus - - 54700 (g)
Jupiter - - 25257 (/;)
Mars - - - 14100 (i)
Venus _ 517 (k)
Mercurius - 7970 (/)
De Uitmiddelpuntigheid blyft al tyd niet het zelfde, maar. is eenigeverandering onderworpen. , .
• Als de Ellips I BR de weg van een Planeet is, RI de langstemid- Standdellyn, dan noemt men R ’t Aphelium of verste punt, en 1 ’t Peri- verstehelium of naaste punt, de strekking van de verste punten uit de Zon punten,te zien , word gesteld als volgt: van Jupiter is op ’t begin van ’t b e d e e Id Af 'Jaar 1713, en van Mercurius op ’t begin van ’t Jaar 1723 beide Oude Fig-1.Styl, volgens de tyd van Bondon.
Satur-
j.
(ƒ) Het fchryven van Hubner in zyn onderwys van de Globe pag. 697, in de drukvan 1707, of pag. 728, inde druk van 171 s. beest geen grond, hy drukt zig aldus uit:
,, Verders zyn de Zonneitraalen zoo veel te hevig;.r, hoe nader de Zon by de Aard-,, bodem is, en wanneer God toeliet dat de Zon eenige duizend mylen lager daalde,
„ zou de hitte onverdraaglyk worden, of d*, Zonne door Gods Almogende Wil,
„ eenige duizend mylen hooger opgevoerd wordende, zou de koude onuitspiee-->, kelyk zyn.
( g) Whist., Tab. Astr., pag. z8r. {h) Door my zelfs bepaald.
(0 Wbiji., Tab. Asn'on. , pag. 410. (*)• Vid. pag. 424.
(}) Volgens de Heer Halley,