Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
21
JPEG-Download
 

of Aardryh-beschryvmge. tl

men dan opmaaken, hoe lang de dagen en nagten op ieder van debyzondere plaatzen in Venus zyn, met welk een gezwindheid datdaar de Zaizoenen veranderen, en andere by zonderheden, die ik,om de kortheid, voorby gaa. Dog Mr. Jacques Cajflni tragt (g) deomwenteling, zoo als die door Blanchim bepaald is , kragteloos temaaken, om die , dewelke zyn Vader gevonden heeft, voor goedte doen keuren. Int Jaar 1726, den aóften February, met helderweer, zagen A/ââ-rr, en verschelde andere Perzoonen, te Romen,vans avonds ten 5 uur., 45 min., tot 6uur,, 15 min., drie onder-scheide vlekken in Venus, door een Verrekyker van Campani , lang88 Roomiche palmen, dat is byna 6z voeten, Rhynlandschemaat;ziet de Ilde Afbeelding, Fig. 5 : maar alzoo , na die tyd,. het Pa-iideAf-leis van Barbarintgezigt van Venus belette , zoo wierd de Verre-kyker verplaatst, en men zag die Planeet, uit het gemelde Paleis,vans avonds ten 8 uur., 40 mín., tot 9 uuren ; doe vond men deplekken nagenoeg in de zelfde stand, zoo als die ten 5 uur., zomin-,gezien waren : indien nu Venus in 2:3 uuren om zyn As draayde,dan zonden deeze plekken omtrent 47 graaden verloopen moetenzyn : de Heer CaJJlni zegt, dat het wel zou kunnen zyn, om datde fchynbaare loop der vlekken, in die tyd, vant Zuiden na hetNoorden was, dat in de 2 uur., 25 min., dat men Venus niet ge-zien heeft, de plek E na het Zuidelyk deel van Venus B geloopen is,dat die uit F zyn plaats vervult heeft, dat die van G in plaats van Fgekomen is , en dat een nieuwe plek uit A wederom in G zig ver-toond heeft. en dat alle drie de plekken wederom net als de voor-gaande te zien waren ; (dog dit fchynt geheel geval lig :)tbeüuit is,dat Venus in rZ uur, 20 min , om zyn As draayt; dat is rymaalsnelder als Blanchifti heeft. De iaatilgemelde Scbry ver is kort natuitgeeven van zyn Boek gestorven , en kan zig niet verantwoor-den : maar als ik stel, dat de Heer Casjïni gelyk heeft, zoo komthet my vreemd te vooren, dat Blanchini , in de 'Waarneemingerivan den 14, '6, 18 en aoften February, ook in. die van Mey enjuny, 172.6 ; in die van July, Augustus en September, 17x7; endie van January, 172.8 , de snelle voortgang der plekken, volgensde stelling van den Heer Cassmi , nieteens, in zoo veel Observation ,

C 3, ge-

(g) In de Mem. van de Fransche Acad. vantj.aar lyzr, vaD pag. 264 tot pag. 284.