of Aardryh-beschr'jVMge. 3’i :
de Cubicquen van hun middel afstanden , in de zelfde reeden zynals de vierkanten van de tyden der Omloope'n ; maar, volgens diestelling, is de middelyn van Saturnus ruim u fecunden, daar, vol-gens Newton , nog meer als 2 fecunden af móet, voor het dooiendehgt ((). dan zou de afstand, tuffchen ’t middelpunt van Saturnusen de4deSatelliet, zyn ruim 22 halve diameters van Saturnus: omdeeze onzekerheid, heb ik de afstanden gesteld in Aardkloots halvemiddelynen, ’t welk een kenbaarder en vaster maat is ; de tweelaatste Gyffers, daar 'tpunt voor staat, zyn 100ste deelen van deiaatstgemelde halve middelyn.
De eerste Satelliet loopt omtrent nmaal snelder als onze Maan ; Dt ; snel -de tweede lomaalj de derde byna fimaa 1 j- en de vyfde ruim heid ’
zmaal snelder als de Maan, die om ons loopt.
De eerste Satelliet van Saturnus befchryft, als men vanboven ziet, d ^ t | e ‘een weg met kleine oogen ; dog de andere loopen golfswyze : in der we.de lilde Afbeelding, Fig. 3, word een gedeelte van de wegen ver-f^ d ‘ eAi >wond, die de 4de en yde Qmlooper om de Zon doen. beeld.
Fig. 3"
Hoe eenige ’t Zamenjiel des Werelts iiitiegg en.
Ik zal hier al de Gevoelens niet ophaaien, die men in voorigetyden daar over gehad heeft : die van de Egiptenaaren, van Platofdl\gzx&^en van veel andere, voorby gaande , zoo neem ik dat van Ptolo - Ftol °■meus , die stelde dat de Aarde stil stond -, dat om dezelve draayde, meus ‘eerst de Maan, dan Mercurius, Venus, de Zon , Mars, Jupiter .
en Saturnus : om reeden te-_g.ee ven van ’t sul staan, ’t voor- en agter-uitloopen der Planeeten, zoo bedagtende Ouden Epicyclen of In-ronden, die zy op deszelfs wegen verbeeldden. daar de Planeetenin voortgingen ; maar door het toe- en afneemen van ’t ligt in de on-derste Planeeten, en om dat die noit in tegenstand met de Zon komen,zoo blykt klaar, dat men die stelling verwerpen moet.
Ticho Brahe stelde de Aarde onbeweeglyk in ’t middelpunt van E ^f s °ons Zamenstel j daar na volgde de Maan, die om de Aarde loopt -, ra s ‘en dan de Zon, die de Planeeten met zig zou omvoeren; die on-dertusschen haar weg om de Zon vervorderden, terwyl de Zon omde Aarde loopt : buiten dat, eigende hy aan alle deeze Lichaamen,
als
(0 Philos. Natur. Princip. Mathem,, pag. 371, Amfr. 1714.