#4 Inleiding tot de algemeéne Géographie ,
deed (o) de hóógste Berg, by Grueres, in het Canton Fryburg,in Zwitzerland3 ís, in’t Jaar 1738 , in Augustus ; schielyk , meteen groot gedruis, opengeborsten , en wierp Vlammen en grooteSteenen uit.
mEu- 1. Etna, tegenwoordig Monte Gibello, in ’t Eiland Sicilien , isdeEiiaii.een van de alderbekendste : de oudste Schryvers, die van dit Eilandden daar gewag maaken, verhaalen al van deezen brandenden Berg ; waaromtrent, u - t men besluiten kán, dat dezelve wel 3000 Jaaren gebrand heeft,en wie weet, hoe lang voor dien tyd het eerste begin geweest is?Van deszelfs verwoestingen vind men een menigte berigten Cd).
2. In
(c) Miscel. Phys. Med. Mathem , pag. 1339, Erfurt 1734,
(d) Ziet Firgilius, in zyn Lucas , ’tlllde Boek, pag. 222, Amst. i 66 q-, aldusdoor Joost van gondel in Nederduits Digt overgebragt :
p, Etna, steil en hoog, hier by geleegen,
JJ
15 “~ ,V * JV *7-— -O ? ~ J - Q''*
Bederft al ’c Land rontom, en blixemt aller wegen,
En dondert gruwelyk. by wylen berst hy ookTen hemel met een wolke, en zwarten rook en smook, ,En dwarrelende vlaag van pek en gloênde vonken,
Schiet roode klooten vier en gloed uit zyn spelonkenNaar boven, lekt de lugc en starren met den brantEn vlamme van zyn tong. hy braakt zyn ingewant,Geheele rotzen, van hem afgescheurt, met eenenTer keele uit, haspelt, krackop krack, gesmolte steenenEn klippen in de lucht, en barrent sterk en siyfVan onder op. -• -- - -
42,6 Jaaren voor Christus, in de Herfst, brande, met een groot geweld, de Bergvoor de derdemaal, zederc dat de Grieken Sicilien bezaten , en beschaadigde deLandstreek Catanea : zie Thucid. Histor., lib. 3 , 2fI , £d. Stevh r«-8?Gemeenlyk is de Brand verzeld met zwaare AardbeevingenT zomtyds werpt dezel veonder een yzelyke rook en vlam , met een vervaarlyk geluid en gekraak, g,ootlSteenen in te Lugt; waar by nog komen brandende Zulpherstroomen, die vfn denBerg na beneden afloopen, dewelke alle yerbrandbaare Stoffen, die zy ontmoeten.aansteeken. 13?, en wederom jaaren voor Christus, wierp dezelve grootsviammen uit; zie Jul. Obseq Prodig., hb. v., p ag . 7?j g 4 en9sj f 0 gd. Bat.1720;ook onder de Burgerlyke Oorlogen, tustchen Cœsar en Pompejus ; ’t welk men vind bvAppian, de Bel* Civ. 5 lib. 5^ pag. , Ed. Steph, ijp2: omtrent ^2. Jaaren voorChristus ging dit wederom den ouden gang; zieDro?r. stom. Histor Ub. i, pag.484In ’t jaar 1169 brande dezelve ongemeen, en de Aardbeevineen kosten aan 1«00Menlchen ’tleeven; zieFazel. de Reb.Sicul., dec. 1, ijb. 2 ca n, 2 . In't Jaanssyvan den 7 den tot den 2gsteaMaart, woedde deezeBerg vervaarlyk; drie openineenborsten daarin, daar een groote menigte van Vuur en Zand uit voortquam; ’twasofmen een vuunge Slagregen, twee mylen in’trond, zag; zie Kircberus in zvnOnder-aardscbe Wereld, van pag. 233 tot pag. 238, Amst. 1682, tuffchen pag. 226 en 227