Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
86
JPEG-Download
 

1 86 Inleiding toi de algemeens Géographie ,

Woeste Ook zyn op de Aarde woeste plaatzen : dit word eigentlyk ene^tîioe- oneigentlyk genomen ; eerst, als de grond onvrugtbaar is ; en ’ttaffen. laatste , als een Land geen Inwoonders heeft : de woeste plaatzenkan men onderscheiden in Zandachtige, Heiachtige, SteenachtigeMoerassige. De Woestynen van Africa zyn veel Zandachtig; tus-schen Sina en Tartaryen is de groote Zand-woestyn Goby, ofXamo;ook zyn daar uitsteekende groote Moerassen; dat is Land met Wa-ter vermengt, zoodaanig, dat het niet bebouwd, of bewoond kanworden, of van nut kan zyn : in Arabiën zyn Steen- en Zandach-tige Woestynen ; onder de laatste word de bekendste gemeenlyk deZand-Zee genoemt : aan de Noordzyde van de Cafpische Zee iseen Zand-Woestyn , en daar omtrent, als ook in Tartaryen, zynongemeene groote Moerassen; in Peru, van Copiapo tot Atacamo,is het byna t’eenemaal woest (c) ; in Duitsland heeft men, onderanderen, deLunenburger Heide} byNimwegen, deMookerheide:in de Provincie van Overyssel zyn veel Moerassen; na de kant vanBraband , tusschen V enlo en Helmont, is een lange Moerassigestreek Land, die men de Peel noemt. •van de Geeft men acht op de Planten ; wat al onderscheid merkt men daarPlanten. zommige verstrekken tot voedzel aan Menschenen Beesten ; veeleverlustigen ons door Bloemen met schoone couleuren, en aangenaamereuk; wederom andere hebben een geneezende kragt; en zelfs zoumen kunnen zeggen, dat 'er geen Plant is, die niet tot nut aaneenig Levendig Schepzel verstrekt. Jos. Pít . de lournefort verdeeldeal de Planten, die hem bekend waren, in 14 zoorten van Bloemen;waar van hy afdaalde tot 698 geilagten, begreepen in loaoz byzon-dere Planten (<i). Het is bekend, dat de Heer Vaillant , en andereKruidkenders, de verdeelingop een andere manier maaken (<?) 5 dogik stel dit maar om een schets te geeven van de groote menigte derPlanten, die men op de Aarde vind; en alle zyn die nog niet bekend:andere reekenen 12 of 13000 Planten (ƒ) • de Heer Mu£chenbroekstelt het getal wel 15000 (g).

VIII. HOOFD-

(0 Frezier. Voyage de la Mer da Zud, pag. 247.

(d) Histoire de l’Acad. de Scienc., Ao. 1708, pag. 181 en 186.

(e) Memoir. de PAcad. van 1718, 1719, 172.0 en 1721.

(ƒ) Reaumur Mem. pout Serv. a l’Hist. des Insect., tam. 1, pag. 2.

(g) Beginzelen der Natuurkunde, pag. 8, Leiden 1739.