88 Inleiding tot de -algemeene Géographie ,
of eigentlyk maar, waar de Voorzaat van zoodanig een Wormzig onthoud , om daar uit te begrypen , hoe die in den Menschkomt ? Maar of schoon men eenige Schepzels ziet, waar van inden eersten opslag met te begrypen is, waar van het Dier afkomstigis, zoo moet men evenwel zyn toçvlugt niet tot de verrottingneemen : in één van die Wormen, die 2.4 voeten lang was, teldemen 507 Leeden. Ik ben van gedagten, dat de Menfchen diekry^en door het drinken van koud water uit de Rivieren daarVisch in zwemt, daar deeze Worm eigen aan is ; want men vinddezelve in Snoek , Aal, Bley , Braassem, Voorn , en andereViffchen ; ook gebeurt het, dat de Ossen van deeze Worm ge-plaagt worden (d) : ten anderen , zou men die Worm in ’t lyfkunnen krygen door ’t onzindelyk behandelen van raauwe Visch,Ik heb een hond gezien, die geen huisvesting had, dewelke ik meerals eens, by gebrek van ander voedzel, raauwe Visch heb zien eeten,die naderhand een.groote Worm van dit zoort quyt raakte. -insecten. Ik ral hier noch 't een en ’t ander van de Insecten, die weleereen groot deel myner Liefhebbery uitmaakten, by voegen ; mennoemt ze Insecten ofgekurven Diertjens, en ook wel bloedelooze,dog ten onregten; want dezelve hebben een vogt in zig, ’t welkmen in de Kikvorichen en andere Dieren ziet omloopen , als mendie door ’t Vergrootglas beschouwt, even op die wys als ’t bloedin de menfchen omloopt, Ziet men op derzelver getal, dat isontelbaar; slaat men zyn oog op de verscheidentheid der zoorten,die zyn zeer veel; in ieder geslagt ontdekt men nieuwe wonderen;sommige hebben twee oogen, andere agt (e') , andere zyn meteen groote menigte van oogen voorzien, om na alle kanten devoorwerpen te ontdekken QQ : de Rupsen, en ook veel Wormen,veranderen in vliegende Schepzels, om haar geslagt voortezetten,en des te beter haare nakomelingen te plaatzen , op dat die geengebrek zouden hebben. Van de Rupsen komen Dag- en Nagt-kapellen : hier onder zyn eenige, die doorzigtige vleugels als glashebben ; men meent reets aan de Rupsen te kunnen zíen, of dit
laatste
(d) Philos, Transact., Nam. 146, pag. i 4 3»
(e) Mart. Lifter de Aran. Octon ocalis, van pag. 2.1 tot pag. 9U
(f) Leeuwenhoek jde vervolg der Brieven , de 85ste Brief, P a S* /•