of Aardryh-beschryvìnge. D3
Wie kan begrypen, waar die wonderlyke lange Hootens toe dienen,dewelke een zoort van vliegende Bokjes hebben? ziet de IVde Af-beelding, Fig. 6 . Men ziet in 't gemeen de kleine Torretjes enVliegen als onnutte Schepzelsaan ; maar waren die weggenomen,men zou in korten tyd bemerken, hoe noodzaakelyk die zyn, omalles op de Aarde in staat te helpen houden, zoo als’t tegen woordigis,, lang voor ons geweest is., en ligtelyk nog.langen tyd na onsblyven zal. ’cHout, dat opgewassen is, en niet verbrand word,moet al tyd geen Hout blyven , maar wederom veranderd wordentot die Stof , daar het in ’t vervolg van tyd toe zal moeten dienen ;daarom zyn geduurig ontelbaars millioenen van Wormen beezig omhet zelve als in een fyn meel te veranderen. De Wormen, die deVliegen, in’t gestorven vleesch van Beesten, op Visch, en anderebedorven dingen, door middel van haar Eyeren, brengen, werkenook tot dat zelfde einde, en eeten, in een korten tyd, het Vleesch,
Visch, enz. t’eenemaal weg, dat men daar niet meer van ziet; ookZal ligtelyk daar door belet worden een groote stank, die men andersvan de doode krengen te verwagten had.
De Sprinkhaanen komen zomtyds met zulke zwermen , dat, zoo Sprink-Zy neer komen op Landen, daar hun voedzel op is., het zelve ineen zeer korten tyd kaal eeten ; waar na zy verder voortvliegen ,en ’t Gewas alom bederven. Aan de Kaap de Goede Hoop , inAfrica, zyn groote en fraay gecouleurde Sprinkhaanen : onder deUitlandsche is een geelachtige mee groote vleugels , wier lyf '
alleen 41 duimen, Rhynlandsche maat, lang is. Ziet men de wan-delende'Bladen, die in de West- Indien zyn, de Scharminkels, enveel andere wonderlyke Dieren, aan , men is als opgetoogen inverwondering, als men in overweeging neemt, waar of al die ver-scheide gedaantens toe noodig zyn. De Onderzoekers der Natuurhebben nog Eeuwen werk, om het Nut, de Aart, en Eygenschapvan deeze kleine Dieren uit te vinden,
Hoe veel verschelde zoorten van Vogels zyn op de Aarde? Vandede Struis gebruikt zyn vleugels om snel te loopen ; andere om te Vogsl£ ’vliegen ; eenige hebben een aangenaamen zang ; zommige hebbenpooten, die zoodanig voorzien zyn , dat zy daar vaardig meedekunnen zwemmen 5 dit noemt men Watcr-vogels. Daar is geen
M 3, einde