94 Inleiding tot de algemeene Géographie ,
einde aan, als men al die wonderen in 't byzonder zou beschouwen;in 't geringste deel van ieder, ziet men volkomen de Wysheid vanden Schepper uitblinken (2).
IX. H O O F D S T U K.
De Aarde van Binnen .
De Aar ‘ T T oe âe Aarde van binnen is kan men alleen weeten digt aan baarsBonnen. Jsl Oppervlakte ; maar verder na ’t Middelpunt is dit t’eenemaalonbekend Te Amsterdam heeft men, in’t Jaar 1605, in’t OudeMannenhuis, een Put geboord, ter diepte van 232 voeten; eerstvond men Aarde, Veen , Kley en Zand ; na ruim po voetendiepte, vond men Zand vermengd met Hoorens en Schelpen; deSchelpen duurden nog tot 132 voeten diepte, doe had men 66 voe-ten harde Kley ; verders 5 voeten Zand met Steentjes vermengd;en de laatste 29 voeten alleen Zand (a). Hoe de gesteldheid derAarde is, veel verder binnenwaarts, weet niemand, en zal waar-schynelyk voor altyd aan de Menschen verborgen blyven. Ik ver-beelde my , dat de stelling van de Heer Haïley weinig begunstigerszal vinden (b') , daar hy de buitenste schors der Aarde, daar wyop woonen, 500 Engeliche mylen dikte toeschryft; dan zou, nazyn meening, wederom een andere Middel-stof volgen van dezelfde wydte ; vorders wederom een dop of schors zoo dik als devoorgaande , daar leevendige Schepzels op zouden zyn ; nog eenseen Middel-Stof van de gemelde wydte ; dan wederom een schorsvan dikte ais de voorgemelde , met Schepzels voorzien ; verdersnog een Middel-stof -, en eindelyk een ronde kloot van omtrent
2000
(z) Die hier meer van begeert, kan nazien Derbam Godgeleerde Natuurkunde;Ray , Gods Wysheid in de Schepzelen geopenbaard ; en over de gedaante derVogelen, de Afbeeldingen van Eleazer Albin.
(a) Commelin Beschryving van Amsterdam, pag. ijg, Amst. 1694..
(b) Philosoph. Transact. , Num. 195, van pag. j72 tot pag. 578 ; ’tgeen ookin ’t Nederduitsch Vertaald is, onder de Tytel van Keurige Mengelstoffen derNatuurkunde.