os /lardryks-beschvyü'mge. 9Z
aooo Engelsche mylen middelyns, als vooren voorzien. Waarlykdit ronden de Elizeesche Velden welschynen : wat voor gewigt kun-nen de Digters, Virgïlws en Claudianus , aan deeze zaak byzetten?dewelke de Schryver aantrekt, om het ligt dat hy van nooden had,op dat alle die Schepzels niet in een geduurige duisterheid zoudenzwerven. Wat my aangaat, ik neem geen vermaak in zulke won-derlyke gillingen.
X. HOOFDSTUK.
Van V W%ter .
I. Van ’i Water in ’t algemeen.
D é Aarde , buiten ’t Water aangemerkt , heeft een ongelyke Van ’tgedaante, vol dieptens en kuilen, dewelke met Water ge-^v e a r n’tvüld Zyn, zoodanig, dat het Land daar door omvangen word; de waterwydste plassen daar van, noemt men de Zee ; derzelver opper- j^s e -vlakte, als men de onevenheid der Golven niet in agt neemt, heeftnagenoeg de gedaante van een ronden kloot : en of schoon hetWáter úit al de Rivieren tot in de Zee nedervloeit , zoo wordegter de Zee níet volder; want het Water in de Rivieren komtvoort door de Dampen ; die uit de Zee in de Lugt opgetrokkenworden , op zoodanig een wys, dat het Zout in de Zee blyft ;welke Dampen door koude, en door middel van hooge Bergen,in Mist en Regen neêrdaalen. Hoe noodzaakelyk het Regenwateraan Menfchen, Vee en Planten is, blykt door de dagelykfche on-dervinding; welke aaangename Bloemen kan men tegenwoordig opvlessen , alleen door middel van Regenwater, doen voortkomen ,die haar wortels 5 in plaats van in de Aarde, in ’t Water schieten.
Robert Boyle liet eenige Aarde droogen, daar na weegen, doeplante hy daar eenige Graantjes van een Indiaanfche Pompoen in;en schoon by deeze Aarde niets gedaan wierd als Water of Regen,zoo quam daar egter een Gewas uit voort van 14 ponden : doe deAarde op nieuws gedroogt en gewoogen was, zoo kon men byna
niet