y 6 Inleiding lot de algémèene Géographie ,
niet merken, dat die iets van zyn gewigt verlooren had {a)„Zoo heeft van Helmont 200 pond Aarde, die gedroogd was, in een.Bak gedaan . en daar in een Willige Boom, 5 ponden zwaar;hy begoot deeZe Aarde met Regenwater; en om te beletten, datgeen andere Aarde daarby quam, dekte hy de Bak toe door eeneen Tinne Dekzel met gaten ; 5 Jaaren daar na woog de uitge-trokken Boom , met al zyn Bladeren , 169 ponden, 3 oneen ende Aarde was niet veel meer als 2 oneen verminderd : by ’t gewigtvan deeze Boom is niet gereekend al de Bladeren, die in 4Berfltendaar afgevallen waren (b). Welke wyduitgeftrekte Zeen zyn nietvan nooden om zoo veel Dampen op te geeven, dat zulke ruimestreeken Bands, als op Aarde zyn, overal bevogtigd worden, opdat de Gewassen kunnen groeijen , en niet ontallyke leevendigeSchepzels van honger sterven , of van dorst versmagten , en daarboven nog, om zoo veel Rivieren te doen voortvloeiden, die voorMenschen en Vee ten uittersten noodzaakelyk zyn ? zoo dat hetschryven van Burnet gantsch geen grond heest, als hy zig aldusuitdrukt : Dimidiam Terra superjiciem inundat Oceanus , magna exparte , ut mihi videtur mutihs (c) : neen , het meestendeel der Zeeis niet Onnut ; was dezelve kleinder, daar zouden geen Dampengenoeg opryzen. De Eigenschap van ’t Water is ook geschikt nade afstand, die de Aarde van de Zon heeft : dit blykt uit de Ther-mometer ; want indien de Aarde opgevoerd wierd tot de Kringvan Saturnus, dan zou al het Water bevriezen ; en zoo dezelvenederdaalde tot de Weg van Mercurius, zoo zou ’t Water in Dampenuitwaassemen (d) : was’t Water van de Zee niet zout, hetzelvezou bederven, en veel eerder toevriezen ; digt aan de Linie is hetzelve zouter dan by de Poolen. Ik gaa , om de kortheid , veelandere Eygenfchappen voorby, die door de hedendaagfche Proef-neemingen uitgevonden zyn , en zal maar alleen de Zwaarte van ’tRegenwater, ’t welk tot de Zwaarte van ’t Zeewater by ons isals 100 tegen 103, in vergelyking van eenige andere vaste Liehaa-
men,
(a) Derham Godgeleerde Natuurkunde, Pag. 67, uit Boyle Chym., pag-114.
(b) Nieuwentyd regt Gebruik der Wereldbeschouwing, pag. 390> ook Derhamop de hier vooren aangetrokken plaats.
(c) Theor. Sac. , lib. 1, cap. 8.
(d) Newton Philos. Nat. Princip. Math., lib. 3, pag. 372, Amst. 1714..