of Aardryfa-beschryumge . 99
eindigt heeft (n). Om ’t Hout, dat onder water gevonden wbrd,tot fynder stof te maaken ., zyn weeke stymachtige Wormen ge-schapen, die met twee harde Werktuigen aan ’t hoofd, van ge-daante als Schelpen, het zelve vylen of raspen ; deeze Wormenleggen in een dunne koker : al voor lang heeft men die in de West-Indiën gekend ; voor omtrent 150 Jaaren zouden dezelve veelschaade aan de Paaien en Dyken in Zeeland gedaan hebben ( o ) ; in’tjaar 16 66 zyn die ook te Amsterdam geweest (/>); in ’tjaar 1720in Vrankrykfy); onlangs heeft men die wederom, eerst in Zee-land, en daar na in Texel vernomen ; in ’t jaar 17J1, den ifdenSeptember, zag men by Noord-Holland, in de Zuid er Zee, eenigePaaien dryven , die op de Dyk gebragt wierden, en men bevondnaderhand, dat die van de Wormen t’çenemaal doorboord waren (r)na dien tyd zyn deeze Wormen ZQOnitneemend vermenigvuldigt,dat de Zeedyken van Holland daar door in geen gering gevaargeweest zyn , om door tebreeken : zedert dien tyd, tot nu toe,zynde ’tjaar 17385 zyn dezelve nog niet t’eenemaal weg geweest $ligtelyk heeft men die al lange Jaaren in deeze Landen gehad,maar niet in zoodanig een menigte; dog dat men , om de weinigeschaade , die zy toen deeden , daar zoo niet op gelet heeft. DeHeer De Reanmur verhaalt, dat ’er een klein Dier in ’t water is,’t welk in een langwerpige Hooren woond, dat de Mosselen uit-Zuigt, ’t welk zig op de Mossel zou vast maaken , en daar eendruppel vogt op laaten vallen , die zoo scherp of kragtig zou zyn,dat die bequaam was om de Mosselschelp te doorbooren, zoodanig,dat een rond gat daar in komt (s) ; maar ik vind eenige zwaarigheidhier in : zou die scherpe: stof dan niet schaadelyk zyn aan het Dier.dat de Mossel uitzuigt zou ’t niet waarschynelyker zyn , dat hetlaatstgemelde Dier het gat in de Schelp open raspt of vylt, op diewys als de Hout-Wormen, daar ik zoo eeven van verhaald heb,
N L ’t Hout
O) Ziet zyn Beschryving van ’t Haft, Amst. 167f.
00 Lettre 'de Mr. Maffuet , pag. 59, Atnst. 1733. Hy trekt de NederlandscheHistorien van P. Carn. Hooft aan dog de nette plaats waar dit staat weet ik niet.
( P ) Lettre de Mr. Maffuet, pag.^9, uit dejourn. des Scavans van ’tjaar 1666 1Febr. p a g^
(?) Histoi IC de l’Acad., Ao. 1710, pag. 34.
00 Postryder van October, en Lettre de Mr. Maffuet , pag. 143.
(0 Histoire de l’Acad. Royal, des Leien, pag. 34, Ao. 1708.