Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
100
JPEG-Download
 

ioo Inleiding tot de algemeene Géographie ,

’t Hout doen ? Geest men agt op de kleine Dieren ; hoe veel ver-scheide soorten heeft men daar van ? de veelheid van haar getalverstrekt tot verwondering. Anthony van Leeuwenhoek meendemeer als een millioen Levendige Schepzels gezien te hebben in eendruppel Peper*water, ofeigentlyk was dit by wyze van uitreekeningzoo heilnoten : als dit ongelooflyk voorquam aan de geen , daar hydit aan gefchreeven had, zoo bevestigde hy dit door agt getuigens,dewelke hy dit ook had laaten zien (t) ; ieder van deeze Beesjesis omtrent i2oooomaal kleinder als een gemeen Zantkoorentje (v):de Myt van Kaas, die men voor Land-Dieren zou aanmerken,heest iemand , van den rosten February tot den 1 yden Maart, in.’t Water zien leeven (x) ; en zelfs meent men Dieren in ’tWater gevonden te hebben, die zoomaal minder lengte haddenals de Myt van Kaas } dan zou, ten opzigt van de lighaamlykeÍnhoud, als men deeze Dierengelykformig stelt, de een 27 millioenen-maal grooter zyn als de ander (y) : dog om dat zommige geennette verbeelding van de grootheid der getallen by zig zelfs kun-nen opmaaken , en daarom 't gezegde ligtelyk als valfch en on-gegrond zouden verwerpen, zoo zal ik dit een weinig ophelderen :Als men een Vloo, daar van ik de lengte stel te zyn -gdeel van eenduim Rhynlandsche maat, vergelykt met een Eléphant , daar ikde lengte van neem io T | voet Rhynlandsche maat ; als men deezeDieren (die ten opzigt van ’t Lighaam eenigzints na malkanderZweemen) volkomen gelykformig stelt, dan is ’t Lighaam des Elé-phants 3375 millioenenmaal grooter als ’t Lighaam van de Vloo.Anthony van Leeuwenhoek ontdekte in ’t Peper-water drie verscheidegroottens van Dieren, daar van de lengtens nagenoeg tot malkan-der waren als 1, 10 en 50; de grootste van deeze drie daar was delengte 1 rmaal minder van als een grof Schuurzand (z). In de loodeGooten, daar’t Regen-water doorloopt, zyn kleine Water-Dieren,dewelke zig zelfs als met een vlies kunnen overtrekken; eenige daar

van

(i) ín’t vyfde vervolg der Brieven, pag. 171., Delft 1696.

(i>) Korte inhoud van de Philosoph. Lessen door J. Tbeoph. Desaguliers, pag, 4.(x) Joblot. Descript. &. Ufag. de plus. nouv. Microscop. , par. 2, chap. 19,pag. 49, Bar. 1718.

(31) Hist. de l’Acad. Roy. des Scien., pag. 11, Amst. 1718.

(z) Ondervinding van den zelfden, pag. 59, Delft 1694.