Van deZomeren Winter.
ï 3 o Inleiding tot de algemeene Géographie ,
de gemeene Tyd-reekeningen , by ons zoodanig geschikt, dat*,als drie Jaaren van 365 dagen malkander volgen, dat dan het vier-.de, ’t welk een Schrikkeljaar genoemd werd ., is z66 dagen : de-telling, op deeze wyze, noemt men de Juliaanfche of Oude Styl;maar om dat een Jaar, door malkander, nagenoeg io± minuut lan-ger gereekent word als het waarlyk is, en dat daar door de Kerke-lyke Feeften , die nn in de Winter komen , ín ’t vervolg van tydin de Zomer zouden vallen, zoo heeft Paus Gregorius de Dertiende,na dat h-y met de Sterrekundige daar over geraadpleegt had, deStyl verandert, zoodanig, dat díe tegenwoordig 11 dagen ver-scheelt, of den iaden Juny Oude Styl is den 2 3 sten Juny- Nieuwe.Styl : hu zyn 4.00 Jáaren van de Oude Styl 4,320 minuten te lang,dat is 72 uuren , of 3 dagen; daarom gebood de voornoemde Paus,dat de'nette honderden van Jaaren, die niet door 4.00 deelbaarwaren , als 1700, 1800 en 1900, voor geen Scbrikkel-Jaaren zoudengereekend worden.
2. Hoe Zomer en Winter veroorzaakt word,
De Ondervinding leert, dat in de Landen, daar de Zon omtrenthet Toppunt komt, het veel heeter is, als daar dezelve op ’t hoogstmaar eenige graaden omtrent den Zigteinder ryst ; dit komt, omdat op de eerste plaatzen de Zons ftraaïen fteikler neervallen , enmet de zelfde hoeken wederom opsluiten. Laat in de lilde Af-beelding, Lig. 6 , A BCD de Aardkloots weg zyn, WO regt-hoekig op ’t vlak ABCD , P Z de As van de dagelyksche, enWO of IX van de Jaarlyksche beweeging ; dan is de hoek P IX23 graaden, x 8e min, : ais de Aarde ín C , of in het Teken desKreefts is, dan draait de plaats 8 tweemaal de lengte van de boogS V door het ligt, en tweemaal de boog VT door het duister* omdat de Zon grooter als de Aarde is, zoo word ruim de helft van deAarde door de Zon verligt ; in 8 zyn dan lange dagen en kortenagten , en men zeid daar , dat het Zomer is . indien R. liet mid-den tuíTchen P en Z is, dan is op die plaats dag en nagt even lang;want R I is gelyk IY : een plaats als G heeft op de zelfde tyd kortedagen en lange nagten, en het is daar Winter , terwyl het in SZomer is; woonde íemand in P, die zou op die tyd daar een ge-dutrige dag hebben , en in rneer als zes Maanden van wegens de
StraaL