of Aardryh-beschryü'mge. i y<f
Straalbuiging, gaat de Zon aldaar niet onder, tervvyï in Z de Zononder de Kimmen is. Maar hoe is alles verandert, als de Aarde inA is ,, of als de Zon in het Teeken des Steenboks treed ? dan zynin S korte dagen en lange nagten , of het is by haar Winter, daarhet in G Zomer is ; want dan zyn op de laatste plaats lange dagen \en korte nagten, in Z is het geduurig dag, en in P geduurig nagt;maar in R blyft dag en nagt, het geheele Jaar door, even lang..
Als de Aarde in B of D is, dat is, als de Zon zig in Arles of Librabevind, dan is, de punten P en Z, en daar omtrent, uitzonderen-de van wegens de Dampheffing, dag en nagt over de geheele Aardebyna even lang, ten opzigt van de {heiligheid , daar de plaatzen,volgens de dagelyksche beweeging , mede omdraaien, die in P enZ veranderen ; maar door de.Jaarlyksche beweeging , even als deAardkloots middelpunt : de plaatzen onder RlY draaien ’t alder-inelst, te weeten, in één fecunde tyd , omtrent 123 Rhynlandfcheroeden, daar Amsterdam, in die zelfde tyd, maar 75 Rhynlandfcheroeden voortgaat. ’t Middelpunt der Aarde vordert in zyn weg,in ieder fecunde tyd,. omtrent 2a Hollandsche myl.
Z, Van eenige Linien en Punten , die aan den Hemel,,en op de Aarde in aanmerking genomen , 'worden.
Die met aandagt de Sterren beschouwt, zal bevinden , dat die Daoogschynlyk in 2,4 uuren omloopen van ’t Oosten na’t Westen,zommige in groote, andere in kleine ronden , of dat dezelve op te loo-een ^eraeene As rond gaan ; de Noordster draait een kleine Cirkel pen ’om de Pool, daarvan de halve middelyn, op 'tend van ’t jaar 1738,geweest is omtrent 2 graad., ft min* ; het middelpunt van deezebr-kel is de Noord-pook
Die in de lilde Afbeelding , Fig. 7, verbeeld word door A : Pooieru.indien een lyn uit A getrokken word door ’t middelpunt der Aarde, •als AB , dit is de As daar de Aarde op draait ; B noemt men deZuid-pool. ê
Als AD, DB, BC en AC, ieder een vierendeel van een rond is, Iinie’t vlak , of de Cirkel CüDt, regthoekig door de As AB, zoo iEi i ui ;noemt men C^ Dt , de Linie Equinoctiaal of Evenaar : wanneer noctiai ’ i *DF, Dû, CE, CG, AK j 'Al , BM en BL alle aan malkan-der gelyk zyn , en ieder in ’t bvzonder zoo veel als de Zons
R 3 grootsta.