i6 Van de Comeeten ,
den van de Zon : Hoe kan dit nu overeen gebragt worden met demaat van één en een halve voet, zoo als Sigebertus ons opgeeft ? daarhet evenwel waarfchynelyk is , dat hy dit zelfs heeft opgemerkt;alzoo mén zeeker genoeg weet, dat hy zes Jaaren daar na gestor-ven is (7). Is het dan Venus niet geweest, wat is dan andersoverig, als toevlugt tot de Comeet te neemen ? Uit de eerste ver-schyning van dezelve kan men asteiden , dat deeze in ’t Jaar 1106,den gden February, op ’t naast aan de Zon moet geweest zyn.Matheus van Parys scbynt ook van meening geweest te hebben,dat de Ster over dag , en de Comeet een en de zelfde was ; wantmen leest by hem aldus, Cometa apparaît, a Sole dijlans quasi Cubitouno , ab hora tertia , usque ad horam nonam , radium ex Je longumemittens (z) , dat is, daar verscheen een Comeet omtrent ir voetvan de Zon, van de derde tot negende uur, die een lange straal vanzig uitwierp. Deeze Schryver is in ’t Jaar ixyp gestorven, en heefthet verhaal uit een ander moeten overheemen. De vermaarde IzakNewton meende , dat men in plaats van de derde uur , hier moestleezen de zesde uur (a)-, maar dat deeze verbeetering geen plaats kangrypen; en dat daar meede de Text niet goed is te maaken, blyktklaar genoeg door de woorden uit Sigebert van Gembloers , daar de-zelve uít afkomstig schynen ; ja daar is zelfs een plaats, waar uit menzou konnen twyffelen , of niet wel de Zon, de Comeet en Venuste gelyk zig vertoond hebben. Meent iemand, dat het hoofd vande Comeet met derzelver dampkring te klein is, om zoo veel ligtaan ons te geeven, als Venus op ’t meest aan ons vertoont; diegelieve in gedagten te neemen, dat de Hemelsche Lichaamen,die door de Zon verligt worden, en in verre gewesten daar van afzyn, haar glans verminderen in een viervoudige reeden; te wee-ten, in tweevoudige reeden van hunne afstanden van de Zon, enin een andere tweevoudige reeden van wegens de vermindering vanhunnen fchynbaaren middellyn (bj Die dan de uitreekening op.maakt, om te vinden, hoe groot dat de Middellyn van de Comeetmoet zyn, om in de nabyheid van de Zon ten minsten zoo veel
O -dn’fehnus Ab. Gemblac ., pag. 6 iy.
(z) Anglor. Histoia pag. 6 r. Ed. Tiguri ij8p.
(a) Newton Philosoph. Natur. Princip. Mathem. pag. 474.
(b) Ibid. pag. 441. Amst. 1714.